Cultuur

“Zeeuws meisje” Uit het land waar het leven goed is

Tekst, tekeningen  en schilderijen (m.u.v. “In-Perspectief”) door: Tom Rentmeester 2021

Ca. 1932 Jeugdfoto van mijn moeder Betje Vroonland (toen 16-17 jaar oud) in ZB-klederdracht.

Ik begrijp heel goed dat mijn vader daar verliefd op werd, want een meisje in Zuid-Bevelandse klederdracht is een en al schoonheid. De gouden “stikken” ,haarspelden, en rode halskettingen van bloedkoraal waren bijzonder fraaie en kostbare streeksieraden.  Maar mijn moeder wilde als kind toch “modern” op haar “burgers” gekleed zijn, net als haar zussen, vriendinnen en leeftijdsgenoten en ze deed dat dan ook. De wens van velen om nog een keer op de foto in dracht te gaan, konden de fotografen (zoals foto Verschoore in Goes) verwezenlijken. Zij bezaten in hun studio verschillende maten van de ZB-klederdracht met sieraden waarmee ze de modellen aankleedden voor het maken van de gewenste foto.

Links: Mijn moeder’s broertje (ome Huib ca. 6 jaar) in kinderklederdracht Rechts: familie van mijn vrouw: vlnr: Tante Tine, Tante Bet en mijn schoonmoeder Jaone Knuit eveneens in katholieke dracht.

Onder de ondermuts  ofwel “tupmusse” zat het oorijzer waaraan de stikken (rechthoekige gouden platen) bevestigd waren die hoog op het voorhoofd stonden, met daartussen de gouden kroonspelden. De “tuul” (zichtbare haarlus) lag vast op het voorhoofd onder de ondermuts. Tussen de kap en de ondermuts zat de glimmende satijnen blauwe tussenmuts,   die hield men altijd samen met de stikken op, ook als er geen kap gedragen werd.

Detail uit mijn schilderij de rechte (trapeziumvormige) katholieke kap met gouden stikken en haarspelden, witte ondermuts en satijn-blauwe tussenmuts. Rechts: Ronde (ovale)  protestantse kap (Museum Goes).

De kap / was van wit kant gemaakt en flink gesteven. Bij harde wind waren het ondingen, toen eind jaren 60 de bromfietshelm verplicht werd, kregen de boerinnen (want zo werden de vrouwen in dracht meestal genoemd) een ontheffing om op hun Solex toch de kap te kunnen dragen. Tegen de kou kon nog een omslag “de nette” over de kleding worden gedragen, meestal zwart van kleur en soms van een soort haakwerk gemaakt.

Links: Gouden slot met 6 rijen bloedkoraal    Rechts: Zwarte gitten voor de zwarte rouwkleding.     

De bloedkoralen bleven het mooist als ze “op de huid” gedragen werden vanwege de talg / huidvet. De eenvoudigste uitvoeringen hadden 1 rij bloedkoralen met een “haakje en oogje”-sluiting. Aan de uitvoering van de sieraden kon men vaak de welstand van de persoon / familie afleiden. Soms werden wegens geldgebrek de gouden delen in geelkoper uitgevoerd en de zwarte ebonieten knopen waren dan ook wel eens van zwart gelakt hout.

Bij het aankleden kwamen over de hemdrok vervolgens “beuk en doek”. De beuk droeg aan de voor- en achterzijde de “kralenkant”. Mijn zus Riet heeft als klein meisje eens een doosje met kleine kraaltjes (2,5 à 3 mm) van opoe gekregen, afkomstig hiervan.

De kraalkant voor en achter op de beuk.     Mijn overgrootmoeder Stoffelina Vroonland (oude dracht 1890)

1). Onderhemd / hemdrok, onderrok en zwarte bovenrok (“keus”). 2). De “beuk”. 3). De beuk wordt met 2 linten aan de achterzijde vastgeknoopt. 4). De “doek” met plooien wordt omgeslagen  5). De zwarte schort soms, met elastieken band en eventuele broche, wordt voorgehouden en vastgezet. 6). De stikken ondermuts, blauwe tussenmuts, bovenmuts en kap worden bevestigd. (mijn bovenstaande tekeningen zijn deels naar Rien Poortvliet getekend).

Alles wat los kon gaan, dus de kap, plooien ed., werd met spelden vastgezet en het duurde dan ook heel lang eer men aan- of uitgekleed was. Dit ongemak was toch een hekel punt om van de klederdracht af te stappen en met de mode mee op je “burgers” te gaan. Vooral de jeugd uit de eerste helft van vorige eeuw schakelde hiernaar over. De oudere generatie bleef de dracht nog wel lang trouw. Toen wij in 1963 met ons bandje voor de toenmalige Ovezandse bejaardenbond (thans de KBO) optraden, waren de meeste leden nog in dracht.

1948 “Prompte boerewuven” (vlotte boerinnen). Deel van de Ovezandse vertegenwoordiging in ZB-klederdracht bij een defilé voor kon. Wilhelmina. Voor vlnr: Lena Verbeem, Kaatje Koens, Neeltje Doene, Corrie van Steenbergen en Kaatje Oostdijk. Midden: Maatje Hoogstrate (Protestants) , Kee vd Poel (Protestants), Corrie Schuerman, Annie Nagtzaam, Maatje Oostdijk en Jeanne van Loenhoud. Achterste rij: Janna Koens, Sien Drijdijk, Maatje Drijdijk, Job Rijk, Kloas v’t Westeinde en Siene de Jonge. Protestanten hebben een “ronde” kap en Katholieken een “rechte” kap.

Foto’s en details uit mijn schilderijen van mijn moeders kant: Mijn oma Meriete Boudens en opa Merien Vroonland (Lagewegje tussen Ovezande en Nisse).

De mannen in ZB-klederdracht droegen meestal een vest en ondervest van zwart laken. Het vest was op de ronde halsrand afgezet met fluweel. Daarover kwam de boezeroen  afgesloten met 2 gouden “boordeknoppen” met een kleurig halsdoekje eronder. De zwart fluwelen “klepbroek” (had geen gulp maar een klep) werd gesloten met de grote zilveren “broekstikken”. Het boerenpak had sierstiksels op revers en achtersplit. Ze droegen een zwarte “Gerbaldi” bolhoed met rand en in hun zak zat een behoorlijk groot mes , soms luxueus uit hout gesneden het “Peardemes”, dit als onmisbaar praktisch hulpmiddel (niet alleen om te eten of iets los te snijden, maar ook ter zelfverdediging).

Details uit mijn schilderij Philips luidspreker uit 1927 met mijn opa Merien Rentmeester (Hoofdstraat 57).

Zilveren broekstikken, Gerbaldi hoed en mijn schets van de oudere “pluus’oed” met strik en kwastjes

Als in de vijftiger jaren op zondag de kerk inging, dan zag je nog volop “boerinnen” in klederdracht op straat naar de kerk lopen. Wij zaten in de kerk “op het koor”, dan keek je naar beneden en zag de talloze witte kappen van de vrouwen. De mannen moesten in de kerk hun hoed afzetten, maar de vrouwen moesten juist een hoofddeksel dragen. 

De kerk van Ovezande nog vol met “witte kappen”.  Van mijn vaders kant: mijn oma Griete Priem kwam uit de grote hoeve van familie Priem met veel kinderen in de Molenweg te Ovezande.

In het schildersatelier van mijn dochter Ginny staan de werken van de cursisten portretschilderen, rechts mijn oma Griete Rentmeester-Priem door Ginny deels impressionistisch geschilderd en links de foto.

“Zeeuws Meisje” als schilderopdracht voor de cursisten “In-Perspectief” in het atelier van mijn dochter.

Het “Zeeuws meisje” is altijd al een geliefd model voor kunstschilders geweest maar ook voor reclame-doeleinden, want ze straalde naast schoonheid ook deugdzaamheid uit. “Uit het land waar het leven goed is” en “gin cent te vee, or!” en “oans bin zuunig” (wel op een positieve manier) zijn de slogans die daarop slaan.

Reclame-: Zeeuws meisje boter, Philips gloeilampen, AZEM (PZEM) en momenteel (2021) lopende expositie in het Museum Goes van buitenlandse kunstenaars die het Zeeuws meisje in de 19-20e eeuw schilderden.

In Ovezande was Meleentje Priem (Verbart) de laatste nog dagelijks in klederdracht zijnde vrouw. De vereniging “Ons boerengoed” houdt zich momenteel bezig met het bewaren / conserveren en demonstreren (shows) van de Zeeuwse klederdrachten.

       

_________________________________________________________________________

Hoefjes “spulletjes”rondom Ovezande

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Mijn olieverfschilderij Lage wegje te Nisse 1912 met mijn oma en opa Merien Vroonland

Ovezande ligt in het prachtige “groene hart” van de “Zak van Zuid-Beveland”, rondom het dorp lagen vele grote maar ook kleine boerderijen (“spulletjes”). Vanaf de Groenendijk via “de Brilletjes” en langs “de Grote Weel” kom je in het “Lage wegje” waar mijn moeder is geboren…… Het boerderijtje werd in 1912 gebouwd door de timmerman Sean Chameleau uit Kwadendamme (zat in de familie van Vroonland), hiervan staan er diverse uitvoeringen (soms gespiegeld). Ook in de Plataanweg staat zo’n soort hoefje (Els en Jaap Rentmeester).

Als je langs de Grote Weel kwam zag je vroeger altijd wel iemand die aan het vissen was.Het schilderij stelt een situatie voor van rond 1912, een voorbeeld van een klein boerderijtje waarvan er rondom Ovezande veel stonden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Probeersel.jpg

De door mij in ZB-klederdracht geschilderde visser (boven) ving daar voornamelijk “voerk (voorn) , stekelbaars en pilk (paling)”. De pachter van deze weel was Jantje de Mol, daar moest je een visvergunning kopen. Ik heb er in mijn jeugd (lagere school tijd) vaak gevist en zat dan in zo’n “troenkboam” (knotwilg) boven het water. De vangst brachten we naar de bakker (Willem Remijn op Ovezande ), want die lustte graag vis, en daar kregen we dan overgebleven gebak voor uit de naastgelegen diepvriescentrale (in de Dreef Ovezande)…..

Opa Vroonland met knop-accordeon. Mijn broer Bas speelt hier als 9-jarige op deze accordeon. Op de foto vlnr: Mies Eggermont, Tom (ikzelf) en Robby, daarachter:  Hans, Bas Riet en Gretha Rentmeester (van ome Bas). De muziek werd “met de paplepel ingegoten”  

Opa Merien Vroonland speelde op de-accordeon snelle Franse musetten, hoe bijzonder moet dat geweest zijn in een tijd dat er nog nauwelijks radio’s waren. Pas in 1965 is hier elektriciteit en waterleiding aangelegd, we dronken er voorheen thee van gezeefd en gekookt water uit de regenbak en die speciale smaak vergeet je nooit meer.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Probeersel-2.jpg

Oma Meriete Boudens voert hier de kippen, ze riep dan “Tjoek, tjoek, tjoek” een fietsende voorbijganger riep eens: “Dan mò’j kraauwe!”. Elke week kwam een eierhandelaar eieren opkopen. Omdat de kippen vrij rondliepen zat er ook wel eens een oud ei tussen, hij was dan achteraf niet blij. De “tentwagen” was “de sportwagen” van die tijd en kwam uit de ouderlijke naastgelegen boerderij van de familie Vroonland (waar mijn opa was geboren, ’t “ouwe oefje” noemden we dat).Hiermee ging men naar de kerk, markt, familiebezoeken etc.  Mijn opa z’n broer Arjaen bleef op deze naastgelegen ouderlijke hoeve wonen (hij was de opa van Adrie Vroonland onze huidige KBO-voorzitter van Ovezande).

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Spulletjes-10-1024x424.jpg

In mijn jonge jeugd was deze hoeve in verval geraakt en restte er slechts een ruïne waar we vaak gingen spelen. De kelder met raamkozijn was toen nog deels in tact (op bovenstaande foto met geopend luik te zien), opoe waarschuwde ons hier niet in te vallen. Links op de foto staat mijn opa Merien Vroonland en rechts z’n broer Arjaen bij de tentwagen) . Later heeft de familie Boonman op die plaats een nieuwe hoeve gebouwd en deze is nadien tot een zorgboerderij aangepast (“Windekind”) door de nieuwe generatie Boonman.

Het “spulletje”van mijn grootouders is enkele jaren geleden tevens tot (2e ) zorgboerderij verbouwd en aangekocht door “Windekind” in het Lage wegje. Het heeft daardoor een goede bestemming gekregen in deze prachtige natuurlijke omgeving….