De vrijwillige brandweer Ovezande

1945-1965 “De oorlog voorbij ”               

Deel 2 Tekst: © Tom Rentmeester 2022

Na de bevrijding in 1945 kon de “Ovezandse Vrijwillige Brandweer” verder doorgaan met het verbeteren in opleiding, organisatie en materieel. Een proces dat zich alom voordeed tijdens “de wederopbouw”. De eerste jaren was het nog moeilijk om de gewenste materialen te verkrijgen. Pas als de economie weer wat op gang komt, kan de Gemeenteraad meer aandacht geven aan de structuur en de wensen van de brandweer.

Op 17 febr. 1947 werd door de burgemeester Mr. H. Elkhuizen het volgende overzicht van de toegekende rangen in de vrijwillige brandweer Ovezande-Driewegen-Ellewoutsdijk naar de Hoofdinspecteur van het Brandweerwezen in ‘s-Gravenhage gestuurd:

1).  Hoogstrate, Johannes (10-05-1908) : brandmeester 1e klasse, tevens commandant.

2).  Priem, Daniel (04-05-1910) : brandmeester, tevens plaatsvervangend commandant.

3).  Schuerman, Pieter (04-05-1890) : brandwacht 1e klasse

4).  Schuerman, Jozef Frederik (09-10-1922) : brandwacht 1e klasse

5).  Van Steenbergen, Karel Lodewijk (12-04-1914) : brandwacht 1e klasse

6).  Van Steenbergen, Petrus Franciscus (16-01-1918) : brandwacht 1e klasse

7).  Hundersmarck, Jacobus Cornelis (24-04-1921) : brandwacht 1e klasse

8).  Sommeijer, Abraham (23-04-1920) : brandwacht 1e klasse

9).  De Jonge, Adriaan Cornelis (19-04-1924) : brandwacht 1e klasse

10). De Jonge, Adriaan: brandwacht (16-09-1916)  1e klasse

11). Geus, Cornelis Albrecht (18-09-1913) : brandwacht 1e klasse

12). Schreurs, Petrus (04-09-1908) : brandwacht 1e klasse

13). Boonman, Jacobus (25-10-1921) : brandwacht 1e klasse

14). Uiterhoeve, Joseph (09-09-1904) : brandwacht 1e klasse

Allen wonende te Ovezande. Opmerkelijk daarbij is dat m.u.v. de commandant-functies (1- 2) alle andere (3-14) dezelfde rang van “brandwacht 1e klasse” hadden.  Dit was gedaan omdat de leden 4 jaar eerder, tijdens de oprichting in 1943, allen gelijktijdig zijn toegetreden tot het betreffende korps (“gelijkheid en broederschap”).

Het beschikbare materiaal moet functioneel in orde zijn, dus de goede staat van de  beschermende kleding en blusmateriaal is prioriteit. De brandweerauto (de omgebouwde Pontiac 6-cylinder personenauto) vervangen door een originele  brandweerauto met alles erop en eraan (meer zitplaatsen, ladderrek, bel/sirene, ruimte voor materiaalopslag etc.), was een diep gekoesterde wens van de brandweerlieden. In 1950 werd dit onderwerp behandeld in de Ovezandse Gemeenteraad bij de verdeling van subsidies onder burgemeester Th. Andriessen en een bedrag van fl. 8000,= hieraan toegekend (Zeeuws Dagblad 24-10-’50). De nieuwe brandweerauto, met het kenteken NJ-32-87, werd geleverd in september 1951 (door Fa. Bergen uit Heiligerlee, De Stem 20-09-’51) en de oude ging voor fl. 1500,= naar de brandweer van Poortvliet (Zeeuws Dagblad 26-09-’51).

1951 De omgebouwde Pontiac 6-cyl. is vervangen door de echte brandweerauto NJ-32-87 onder burgemeester Theo Andriessen. Foto rechts, 1958 Brandweer Ovezande in actie
(foto’s Beeldbank Zeeland).

“De brandweer tijdens de watersnoodramp 1953” (door Sjef Schuerman 1993):

“Op zondag 1 februari 1953 ‘s morgens om half 5 werden de leden van het brandweerkorps gealarmeerd. Het waaide al enkele dagen heel hard en de wind was toegenomen tot hele zware storm. De alarmering betrof een dreigende dijkdoorbraak te Ellewoutsdijk.Wij wilden dit ongezien niet geloven, want het waaide wel meer zo hard en het was honderden jaren geleden dat er in deze buurt een dijk was doorgebroken. Na aankomst op Ellewoutsdijk werden wij direct naar de dijk bij de haven gedirigeerd. Recht op de weg naar de haven was er een coupure (afsluitbare opening) in de dijk als toegang naar de haven, deze was door vloedbalken en zandzakken gedicht. In de dijk, enkele tientallen meters naar rechts van de coupure, begon de kruin van de dijk af te kalven. De omgeving van deze plek had een oppervlakte van 75-100 m2. Onze taak werd om zandzakken te vullen en de slechte plek in de dijk hiermee te versterken. Voor wij de tijd kregen om een spade te pakken, kwam er echter bericht dat in een arbeiderswoning een schoorsteenbrand was uitgebroken. Wij hadden geen spuit bij ons wat later maar gelukkig bleek.

Sjef Schuerman als chauffeur en enkele mannen reden toen met de trekker (zo wordt de brandweerauto ook wel genoemd) naar dit brandje. Toen zij op de weg van Ellewoutsdijk naar Oudelande reden, zagen zij in het licht van de koplampen een golf water van ongeveer 60 cm hoog aankomen. De sloten werden door dit water gelijk gevuld.

Achteruitrijdend met de brandweerauto moest men behoorlijk hard rijden om  het water voor te blijven. Een geluk dat er geen spuit achter de trekker hing anders was dit nooit gelukt. Na in een inrit gekeerd te hebben, zijn we toen terug naar Ellewoutsdijk gereden. Op het gemeentehuis hebben wij daar melding gemaakt van de dijkdoorbraak (oranje kleur = onder water gelopen gebied in 1953).

1953 Dijkdoorbraak Ellewoutsdijk (Beeldbank Zeeland, foto Verschoore)

Toen wij weer naar de haven terug wilden rijden stuitten wij in de buurt van de sluisput, waar het veel lager was dan in het dorp, op een forse waterstroom. Met de trekker was de haven niet meer te bereiken. Daan Priem en Kees Geus zijn nog door de alles-meesleurende stroom, zich vasthoudend aan elkaar en aan een hek bij de sluisput, wadend naar het dorp kunnen komen. Dit was echt een levensgevaarlijke onderneming! Ook andere brandweermannen zullen dit wel gedaan hebben, zodat de meeste uiteindelijk op het hoogste deel van het dorp, dat gelukkig droog bleef, terecht zijn gekomen. Doordat Daan Priem timmerman Bas Oele goed kende kwamen wij daar terecht.  We werden hier zeer gastvrij ontvangen en van droge sokken en kleren voorzien. Het varken van Bas Oele dat in een hok in de lager gelegen achtertuin verbleef, was inmiddels verdronken. Toen de ebtijd was aangebroken was het water wat gezakt. Wij besloten te proberen om met de melkwagen mee, die ook in Ellewoutsdijk gestrand was, terug naar Ovezande te rijden. De vulbuis van de benzinetank werd verlengd met een stuk auto-binnenband om het indringen van water te voorkomen. Op de weg stond het water nog 50-60 cm hoog, zodat de sloten niet te zien waren. Marien van Steenbergen en nog iemand liepen aan beide zijden van de weg vooruit met een peilstok om de rijweg aan te kunnen geven. Zo kwamen wij in de namiddag weer in Ovezande aan….

Piet Schreurs en nog een brandweerman die op de dijk waren achtergebleven, waren toen al thuis. Zij waren over de zeedijk en “de Staert” te voet naar Ovezande gegaan. Een geluk dat wij niet wisten aan welke gevaren we hadden blootgestaan, immers toen wij op de zeedijk aankwamen stond het water al gelijk aan de kruin van de dijk. Indien de dijk niet op een andere plaats was doorgebroken, waardoor het waterpeil daalde, dan zou de dijk bij het dorp Ellewoutsdijk het zeker begeven hebben. Daar de brandweer een hechte groep was en uit een flink aantal jongemannen bestond, werden wij nog verschillende keren op bedreigde plaatsen aan de binnendijken ingezet. Als dank voor de gastvrijheid en de verzorging heeft de brandweer enige tijd later ter vervanging van het verdronken varken “een jonge big” bij de familie Oele gebracht”.

Bovenstaand verhaal over deze moedige en dankbare brandweermannen uit Ovezande, tijdens de watersnood in Ellewoutsdijk, werd ook in de krant beschreven (de Stem, 3 april 1953, pag. 2)

1954-1963 Het korps zat waarschijnlijk een beetje in het slop en burgemeester Mooyman besloot in 1963 (20 jaar na de oprichting) het korps te verjongen, er werden de volgende jonge mannen aangezocht om het korps te gaan versterken:

Jan Doene, Piet Vermaire, Piet Uitterhoeve, Piet Zuidhof, Jan Hoogstrate, Frans Koole, Jan Rijk, Huib v.’t Westeinde, Jaap de Muijnck en  Bertus v.’t. Westeinde.

In maart 1964 wordt de nieuwe brandweerauto Opel Blitz aangeschaft en per 4 september 1964 breekt er brand uit bij C. de Jonge aan de Groenendijk in Ovezande. Dit is voor 9 nieuwe leden van de bovenstaand vermelde nieuwe brandweermannen hun eerste “vuurdoop”. Piet Uitterhoeve schrijft hierover het volgende:

“Hoewel het aanvankelijk een klein brandje was, liep het later toch ietwat uit de hand. We hadden nog al wat moeilijkheden bij het vinden van de waterwinning (later bleek dat die niet waren opgetekend in het brandkranenboek), hierdoor kon de brand zich nogal flink uitbreiden. Het hele wagenhuis is er toen aangegaan, maar de schuur en de woning hebben we, hoewel de teer van de schuur afdroop, toch kunnen behouden. Het was er zo heet dat de banden van de fiets, die op 15 tot 20 meter van het wagenhuis in de berm lag, spontaan in brand raakten. Ook het brandweerkorps van ‘s-Heerenhoek hebben we toen laten komen voor assistentie, hetgeen aanleiding was voor een verschil van mening tussen burgemeester Mooyman en commandant Hoogstrate, over de vraag wie hiervoor het bevel moest geven. Het meningsverschil liep dermate hoog opdat de commandant dreigde dat hij zijn jasje dan maar beter aan de kant kon gooien. Maar dit bleek toch weer niet de bedoeling te zijn….”.

De rode brandweerauto NJ-32-87 heeft 13 jaar trouwe dienst vervuld tot burgemeester Mooyman deze in 1964 vervangt door de witte Opel Blitz. Rechts: belangstelling voor het nieuwe materiaal.
1964 “Wat waren we trots op onze nieuwe Opel Blitz trekker / manschappenwagen met 2-wielige motorspuit, Kronenburg met een Porsche industriemotor 52 PK. Wat was hij mooi wit!”  Foto rechts: Vanaf 1980 wordt de Opel Blitz vervangen en tot camper verbouwd, waarna hij in 1983 in een loods door brand aan zijn einde komt (uit: “50 jaar Vrijwillige Brandweer Ovezande”).

In 1965 trouwt Jan Hoogstrate in de NH-kerk aan het Kerkplein in Ovezande, de brandweerlieden brengen een “Erehaag” tijdens het uitgaan van de kerk. In dat jaar komt er ook nog een nieuw brandweerlid bij, Bram Bakker, die na 4 jaar in het huwelijk treedt en uit Ovezande verhuist.

1965  Bruiloft van de commandant Jan Hoogstrate. Rechts:1966 Brandweer Ovezande tijdens wedstrijd.  Sommigen dragen dan nog een metalen helm waarover in het volgend artikel een bijzonder verhaal wordt verteld…..(Foto’s Beeldbank Zeeland).

(wordt vervolgd met deel 3 “de nieuwe kazerne” 1966-1975)

_________________________________________________________________________

 1940-1945 “Water en vuur in de oorlog WOII”         

Deel 1 Tekst: © Tom Rentmeester 2022.

Vuur is een fenomeen dat al ouder is dan de aarde zelf, aanvankelijk een gloeiende bol die langzaam afkoelde. Toen de omgevingstemperatuur beneden de 100°C daalde is hierop het vuurdovende water uit waterstof met zuurstof ontstaan, dat uiteindelijk de aarde voor een groot deel bedekte. Vuur is in combinatie met zuurstof vernietigend voor brandbaar materiaal en kan dus met water geblust worden. Dat werd dan ook in Ovezande sinds mensenheugenis gedaan, eerst met het doorgeven van emmertjes gevuld met water, daarna met een handbediende waterpomp / brandslangspuit erbij en daarna de brandweerauto met watertank en machinale pompen door een motor aangedreven.

Voor de oorlog had Ovezande een aantal dienstplichtige brandweerlieden, de motivatie en het beschikbare materieel stelde niet veel voor. De Vrijwillige Brandweer te Ovezande is in 1943 tijdens WOII wegens vele geweldige branduitbraken en de dreiging hiertoe, uit noodzaak opgericht en in 1993 werd het 50-jarig bestaan ervan in “Bar R2” gevierd. Volgend jaar 2023 wordt dat dus weer al 80 jaar!   

De Vrijwillige Brandweer met de nieuwe HV-aanhanger te Ovezande in mei 1986, vlnr: Jan Rijk, Frans Rentmeester, Adrie Vermeule, Kees Boonman, Piet Platschorre, Wim Hendriks, Ludie Huijbrechts, Alex Bongers, Kees Remijn, Peter Rentmeester en Sjaak Rentmeester. Op de foto ontbreken Jan Bongers, Joop Uitterhoeve, Fred de Feyter en Guust van Steenbergen.

Sjaak Rentmeester (geb. 1947, Ezn) was in 1993, tijdens het 50-jarig jubileum van de Vrijwillige Brandweer Ovezande (VBO), Groepskommandant hiervan en maakte mij onlangs attent op de toenmalig gedeeltelijk beschreven historie in het jubileumboek “50 Jaar Vrijwillige Brandweer” (1943-1993, Ellewoutsdijk-Ovezande-Driewegen). Hierin schreef hij het voorwoord:

In mijn voorafgaande artikelen heb ik reeds geschreven over 2 branden veroorzaakt door spelen met vuur, die op mij als kind een diepe indruk gemaakt hebben: de brand van de schuur met woonhuis van mijn opa M.L. Rentmeester, Hoofdstraat 75 te Ovezande in 1925 (verteld door mijn vader) en het door brand omgekomen 6-jarige klasgenootje Lenie Boonman in de “hoeve Calagne” te Ovezande in 1953 (toen aan ons in de klas medegedeeld door de juffrouw van de kleuterschool Jo v.’t Westeinde). Sjaak Rentmeester, zat destijds bij mij op de kleuterschool en woonde in de Oud-Ovezandseweg, hij zegt hierover:  “Ik kan me de brand in de Calagne nog herinneren, door het dakraampje konden we thuis de vlammen zien. Ik ben op de fiets met mijn vader nog gaan kijken”. Jan Vermeule (de vader van Ben Vermeule) heeft tijdens de brand nog helpen zoeken naar het meisje….

Kortom, uitbraak van brand is een zeer angstig en levensbedreigend gevaar, onvoorzichtigheid met vuur en natuurverschijnselen zijn meestal de oorzaak. Als het vroeger onweerde werden wij in ons gezin als kinderen uit bed gehaald en moesten we bidden tot de “Patroon van het Onweer”, de Heilige Donatius, om ons te behoeden voor een mogelijke blikseminslag…..we waren echt bang! Het kwam ook vaak voor dat er in de omgeving een boerderij met rieten dak na zo’n inslag in vlammen opging.

Tijdens de oorlog WOII (1940-1945) was brand door oorlogsgeweld voor de bevolking een veelvoorkomende rampzalige gebeurtenis en men wilde ter bestrijding hiervan een degelijke brandweer-organisatie gaan opzetten om deze branden effectief “brand meester te kunnen worden”. In 1943 werden bij de officiële oprichting van de “Vrijwillige Brandweer Ovezande” de volgende deelnemende personen / brandweerlieden ingeschreven:  

Commandanten: Johannes Hoogstrate (loonbedrijf) en meester Geelkerke. Verdere brandweerlieden: Daan Priem (timmerbedrijf), Karel v. Steenbergen (klompenmaker / postbesteller) Peet en Sjef Schuerman (winkel huish. art./ elektriciens), Piet Schreurs (kolenhandel/vrachtrijder), Joos Uitterhoeve (schildersbedrijf), Cees Geus (mijn schoonvader), Arjaan de Jonge (smederij), nog een Arjaan de Jonge, Bram Sommeijer, Piet van Steenbergen, Ko Boonman (fietsenzaak), Cees Raas en Willem Ovaa (gemeentewerker).

De Gemeenten  Ovezande, Driewegen en Ellewoutsdijk vormden voor de brandweer, voor zover het motor- en daarbij behorende slangenmaterieel betreft, hetzelfde verzorgingsgebied.  De kosten hiervan werden als volgt verdeeld: de helft voor Ovezande, Driewegen een kwart en Ellewoutsdijk een kwart. Er was dus sprake van een duidelijke samenwerking.

De originele aanhang-motorspuit voor achter de Pontiac brandweerauto (foto gelijksoortig type).  

De eerste brandweerauto hiervoor was in maart 1943 een omgebouwde Pontiac 6-cylinder personenauto zonder compleet dak geleverd door garage P. Louisse uit Goes en een 2-wielige motorbrandspuit met slangen gekocht / besteld bij Gebr. Kronenberg uit Culemborg in mei 1942 (foto boven). Sjef Schuerman vertelt hier nog een mooi verhaal over de ophaling van de brandspuit door zijn vader Peet en Marien Rijk (vrachtwagen met gasgenerator, benzine was toen niet leverbaar), let wel dat het zich tijdens de oorlog afspeelt (10 mei 1943) en materialen toen moeilijk verkrijgbaar waren:

“De Pontiac brandweerauto had slechts een overdekte cabine voor 2 personen, de rest zat in de open ruimte erachter dat bij slecht weer geen aangenaam vertoeven was. Iedereen had de beschikking over 1 overall en zijn eigen kleding. In eerste instantie had de brandweer maar 2 paar laarzen, enkele brandweerkoppels en helmen gemaakt van oude Franse legerhelmen. De gekochte brandweerspuit moest in Culemborg aan de fabriek van Kronenburg opgehaald worden. ‘s-Morgens op 10 mei 1943 togen expediteur Marien Rijk en de chauffeur-monteur van de brandweer Peet Schuerman met de vrachtauto er naar toe. Er waren alom stakingen en de avondklok was ingezet. Omdat de vrachtauto op een gasgenerator reed, was de max. snelheid maar tussen 20 en 30 km p/uur. Als er afgeremd moest worden, kostte het weer opgang komen enkele kilometers, vandaar dat Marien overal even hard reed, bocht of geen bocht.De reistijd was lang en de aflevering op de fabriek had ook nog wat voeten in aarde gehad. Op de terugweg voor het bereiken van Bergen op Zoom was de avondspertijd ingetreden en bij de Kreekkrakdam werd de vrachtwagen door Duitse wachtposten aangehouden. Marien zette zijn eerlijke gezicht op en vertelde dat ze onderweg een Duitse legerauto hadden moeten aanslepen. Dit werd geloofd en met een slakkengangetje reden ze door.

Op de Stengenwei (Bloemenstraat naast de Witte Hoeve) in Ovezande waren barakken met een honderdtal fanatieke Duitse jonge soldaten gelegerd. Ko Hundersmarck die binnen voor het raam aan een Duitse officier vroeg of hij de blinden (raamluiken) mocht sluiten kreeg een paar kogels in zijn arm geschoten. Bij de woning van burgemeester Elkhuizen aangekomen durfden  Marien en Peet dus niet meer verder te rijden. Uiteindelijk kregen ze bij de burgemeester van een ingekwartierde Duitse officier een schriftelijke toestemming die op het dorp aan de felle en dreigende Duitse “soldaatjes” bij controle moest worden getoond….”.

Peet Schuerman (de vader van Sjef) werd de vaste brandweer-chauffeur, hij was tevens automonteur en had een eigen eenvoudige garage aan huis in Ovezande. Zo konden kleine reparaties en aanpassingen direct worden uitgevoerd. Toen de brandweerauto met blusinrichting eindelijk operationeel was kon deze bij branden worden ingezet.Een verhaal van Sjef Schuerman uit de oorlog: “Brand in het kasteel van Hattum” (het fraaie voormalige kasteel dat ook wel “het Suikerpaleis” werd genoemd):

Het kasteel van Hattum te Ellewoutsdijk dat tijdens de oorlog 1940-1944 werd gebombardeerd.

“De brand waar de brandweer het meeste heeft weten te redden en mede gezien het tijdstip waarop die plaats vond het meeste indruk op mij gemaakt heeft, was op woensdag na dolle dinsdag 5 september 1944. Er was brand uitgebroken in een zijvleugel van het grootste kasteel van van Hattum te Ellewoutsdijk. De brand kon in dit gedeelte worden geblust, terwijl de rest van dit grote gebouw gespaard bleef. Tijdens het opruimen na de brand drong een gerucht door dat de geallieerden Breda reeds hadden bereikt, hetgeen later bleek niet juist was. We hebben toen uit volle borst “Oranje Boven” gezongen. Na de brand werden wij door de huisbewaarder door de gangen van het kasteel rondgeleid, waar wel 100 tot 150 mooie schilderijen hingen. Van deze schilderijen zijn er helaas na de invasie maar drie overgebleven…”.

“De brandweer in de oorlog”

eveneens uit de herinneringen van Sjef Schuerman:

Op 25 oktober 1944 begon de invasie met beschietingen door geschut. Ook beschietingen door vliegtuigen met mitrailleurs en raketten en het gooien van bommen vonden hier en daar plaats. We zijn toen een aantal keren naar Ellewoutsdijk gereden en hebben daar wat brandjes geblust. Dit was niet geheel zonder gevaar. Toen wij er een keer waren begon er weer een beschieting zodat wij hals over kop de benen moesten nemen. Enkele dagen later was Ellewoutsdijk geëvacueerd en waren de oorlogshandelingen zo hevig dat het onverantwoord was om daar nog te vertoeven. De kerktoren, het kasteel van Hattum en enkele andere gebouwen brandden uit zonder dat wij er wat aan konden doen.

Ovezande kreeg zijn eerste luchtaanval te verduren. De schuur van P. Vermeule werd in brand geschoten en de woning van M. Verbeem werd met een voltreffer totaal vernield. De zoon van M. Verbeem (Lou) die toen alleen thuis was, kwam hierbij om. Door het gevechtsvuur waren scherven door de deuren van de garage gevlogen, waar het brandweermateriaal was gestald. Een van de scherven had de radiateur van de trekker doorboord. Het gevolg was dat wij de brandspuit toen met handkracht naar de brand hebben moeten rijden. Jan Sommeijer die in Duitsland te werk was gesteld in een radiateurfabriek en terug gevlucht was, heeft de lekke radiateur toen in enkele uren hersteld.Nadien werd de werkplaats van Nicolaas Nagtzaam, die gelegen was achter de woning aan het Kerkplein, door vliegtuigen in brand geschoten. Deze brand werd geblust met water uit de regenbak van de N.H.-kerk, de slangen werden door de gang en keuken van kapper B. Vermeule gelegd. Daar was geen bezwaar tegen, want in die omstandigheden “kon men niet op een vuiltje zien”.

De Ovezandse Vrijwillige Brandweer heeft tijdens de oorlog WOII haar noodzakelijk bestaan bewezen en zal daarna doorgroeien met beter materiaal, kennis en inzet. Ze worden zelfs twee keer landskampioen (1971 en 2009) en dat is heel bijzonder te noemen voor zo’n klein dorpje in de Zak van Zuid-Beveland!

                                                                                  (wordt vervolgd met deel 2).