Economie

_______________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 3  Watersnoodramp    

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Het door mij in 1983 gemaakte schilderij (olieverf op doek, 70x 50 cm) geeft de situatie weer van 1953. De firmanten Cees (links met de hoed) en Bas Rentmeester zijn met een steekproef aardappelen aan het keuren. Details hieruit worden afzonderlijk in deze artikelreeks beschreven.

Aan de linkerkant (op het schilderij buiten beeld) stond de weegbrug:

De weegbrug werd met aandelen onderling gefinancierd en volgens de balans van 1952 bezaten de gebr. Rentmeester 3 aandelen hiervan met een waarde van Fl. 304,= . In 1958 werd een nieuw weeglokaal gebouwd (architect Wirtz) De bestektekening lag nog in mijn vaders bureau. De weegbrug blijkt nog steeds in gebruik te zijn (staat voor de CZAV-loods). De watersnood van 1 februari 1953 was voor de aardappelhandel ook een ramp, er was veel onder water gelopen en bedorven. In die tijd werden aardappelen op het land “ingekuild” bewaard (op stro en afgedekt met stro en daarop kleigrond als gewicht).…….    

Kop van artikel uit de PZC  4-februari-’53              De Citroen “Traction Avant” uit 1949

Ik was nog maar 5 jaar maar kan me het nog goed herinneren dat we naar het radionieuws luisterden en ik samen met mijn vader in de auto van thuis (Dreef 5 in Ovezande) naar de dijk bij Ellewoutsdijk reden waar ome Bas met lieslaarzen aan bezig was mensen op het droge te dragen. Ik zie die beelden en het groene afstemoog van de radio nog steeds voor me. Gelukkig is Ovezande en dus ook het pakhuis toen droog gebleven.

Bas (met pet en draagt iemand op z’n rug), Cees (met hoed) samen “de Gebr. Rentmeester” en de bevriende Cees Meijer uit Kruiningen (thans Lamb Weston) op zoek naar ingekuilde aardappelen die de ramp overleefd hadden. Deze werden door de Ovezandse brandweer in een gegraven kanaaltje naast het pakhuis met water schoongespoten, in draadmanden opgevangen en te drogen gelegd. Als deze gedroogd waren werden ze binnen gesorteerd.

Als kind vond ik dat reuze interessant, vooral die rode brandweerauto!

Zoiets (is dus geen foto van de originele brandweerauto) stond in de jaren 50 bij Sjef Schuerman in de garage ofwel “brandweerkazerne” op de hoek Hoofdstraat-Plataanweg. Tegenover het pand stonden nog hoge houten telefoonpalen, daar waren “dwarsleggers” aan bevestigd waarover de brandweerslangen te drogen werden gehangen, van de ene naar de andere paal. Rechts de originele brandweerauto met het kenteken NJ-32-87 na 22 jaar dienst, waarvan burgemeester Mooyman (vooraan op de foto) in 1964 afscheid neemt. Achter het stuur Sjef Schuerman en daarachter boven de voorruit Ko Boonman.

De jaarlijkse financiële overzichten voor het aardappelbedrijf “Gebr. Rentmeester” werden opgesteld door het “HEK” (“Handels Economisch Kantoor” te ’s-Gravenhage). Deze financiële balansverslagen zijn vanaf 1946 tot 1966 (het jaar waarin mijn vader overleed) bewaard gebleven. Over het jaar 1953 met de watersnoodramp werd hierin geschreven “dat ondanks de door het water verloren gegane aardappelvoorraden in Zeeland en daardoor de slechte handel, met het spoelen / wassen van partijen aardappelen er toch nog door uw bedrijf een goed en positief jaarresultaat behaald kon worden, dit in tegenstelling tot vele andere soortgelijke bedrijven”.

Een opsteker voor inventief en oplossingsgericht aanpakken bij tegenslagen!

 (wordt vervolgd)

________________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 2                            Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Situatie ca. 1980: de rails liggen er nog, de pakhuizen staan leeg: links vooraan “Gebr. Rentmeester”, daarachter “vd. Gughte” en op het eind “J.F. de Jonge”. Het “stationnetje” is bewoond door fam. Koens.

In 1946 werd het stenen pakhuis gebouwd op het tegenover het treinstation DWO gelegen NS-terrein. De NS verhuurde deze percelen aan potentiele bedrijven die gebruik maakten van transport met de spoorwegen. Het was net na de oorlog erg moeilijk om aan bouwmaterialen te komen, daarom werd er gezocht naar nog bruikbaar materiaal van door de oorlog vernietigde gebouwen.

Zo kwamen de stalen balken voor de binnen-constructie uit het zwaar beschoten Antwerpen, hierin zijn nog de granaatinslagen te zien.
In 1947 werd de firma “Gebr. Rentmeester” officieel opgericht en ingeschreven. Cees Rentmeester (op het schilderij links met hoed) deed de verkoop en Bas de inkoop van de agrarische producten (uien, vlas, graan en aardappelen). Ook hun broers Engel, Jan, Rinus en Janus hielpen mee in het pakhuis, het waren dus in het begin 6 broers die samenwerkten met een aantal losse arbeiders. Het was zwaar werk (een mudzak woog 80 kg en werd op de rug gedragen) er was geen sanitair of kantine aanwezig en het stoof erg.

1983 Inspiratie tot het maken van een schilderij.     Platte grond met plan voor “het koelhuis”

De aardappel-sorteermachine “Campfens”- (uit Middelharnis) stond opgesteld tegen de linker muur in het pakhuis. Op onderstaande tekening komen de aardappelen links binnen en worden door de “jakobsladder” omhoog gebracht naar de schudzeven. Daar worden ze op grootte gesorteerd, eerst wordt de kleine kriel afgescheiden, vervolgens de middelmaat en daarna gaan de grote door naar de grote sorteerband. Daar staan aan iedere kant 3 tot 4 personen te sorteren en gooien de slechte / afkeur in de tarra-bak die naar de zijkant in 2 zakken tegelijk worden verzameld voor veevoer. Aan het einde van de leesband komen de goedgekeurde grote aardappels in 2 bakken waaraan elk 2 zakken hangen. In het midden van de grote sorteerband hangt een touw waar men belsignalen kan geven naar degene die voor de aanvoer zorgt (start-sneller-langzamer-stop), meestal de chauffeur van de vrachtwagen of tractor. Onder de tekening van de sorteermachine staat een foto afgebeeld van de kop van de leesband (rechts) , daar hangt een vierkante “waaier” met maatstandaarden waarin vierkante gaten en een bijbehorend nummer om de grootte van de aardappels te controleren. Op het schilderij heeft mijn vader dit in zijn rechterhand.

De sorteermachine was een dure investering en werd zorgvuldig onderhouden: elk jaar uit elkaar, schoongemaakt / gesmeerd, versleten onderdelen vervangen en de ombouw geheel opnieuw in aluminiumkleur geschilderd.                                                                                                                                 

                                                                                                             (wordt vervolgd)

_________________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 1                                            Tekst en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Ovezande had vanaf 1927 tot 1983 een treinhalte /-station van de SZB-(Spoorweg Mij. Zuid-Beveland)”. Als je dit zegt, kijkt de huidige generatie verbaasd op, maar de ouderen weten het nog goed: Het “stationnetje” DWO was gelegen tussen Driewegen en Ovezande (vanaf Ovezande na afslag Platteweg / Wolfhoekseweg gelijk rechts). Persoons- en goederen-vervoer maakten al voor de oorlog gebruik van dit lijntje door de Zak van Zuid-Beveland. Het vervoer van personen was geen succes, het lag te ver buiten het dorp….

Na de oorlog werd het z.g. “bietenlijntje” hoofdzakelijk benut voor het transport van agrarische producten naar afnemers en voor export, het had een gunstige verbinding met het uitgebreide NS-spoorweg-netwerk. Tot 1958 reden er nog stoomlocomotieven, daarna werden er alleen nog diesellocomotieven ingezet.Het stationsgebouw DWO werd beheerd en bewoond door toenmalige stationschef Heine Koens met zijn gezin. Het staat er nog steeds en er wonen (klein-)kinderen van hem. Het bordje DWO is inmiddels van de woning verwijderd. Achter het stationnetje lag een rangeerlijn waardoor de spoorweg vrijgemaakt kon worden. Aan de spoorlijn stonden bij het station een hoog waterreservoir voor de stoommachines en een takel-hefinrichting bestemd voor de bietennetten om deze vanaf de boerenwagens in de open treinwagons te kunnen lichten. Tijdens de oogsttijd was het een drukte van jewelste, een komen en gaan van boerenkarren met agrarische producten en dat bracht ook veel slik op het terrein……

Mijn vader Cees Rentmeester (1912-1966) was de oudste zoon van een gezin met 13 kinderen van Marinus Lucas Rentmeester uit Ovezande. Hij moest al vroeg werken om thuis in de kosten bij te dragen, vanaf zijn 12e was dat al van 6 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds, 6 dagen per week. In de avonduren volgde hij ook nog cursussen in de land-/ tuinbouw en fruitteelt, hij wist dat behaalde diploma’s de basis vormden om hogerop te komen. Hij werd commissionair in land- en tuinbouwproducten en ging dagelijks op de fiets naar boeren in Noord- / Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. Toen de oorlog uitbrak werd hij als soldaat / korporaal in de kanaalstelling (nabij Kapelle) gezet om de Duitse invasie tegen te houden (10-17 mei 1940) , daarbij zijn zij door een enorme Duitse overmacht beschoten met mitrailleurs, granaten en bommenwerpers en er zijn aan hun kant ook doden gevallen. Hij heeft daar nooit met ons over gesproken, waarschijnlijk zijn manier om het te vergeten….   In juni 1940 trouwde hij met Betje Vroonland en ging in Kwadendamme wonen waar hun eerste zonen Rinus, Bas en Hans werden geboren. Na de bevrijding verhuisde het gezin terug naar Ovezande Dreef 1 (waar mijn zus Riet en ik zijn geboren) en begon hij zijn 2 bedrijfsplannen te verwezenlijken: een fruitteeltbedrijf met boomgaarden op zijn eigen naam en met zijn broer Bas (1916-1991) onder firma een handels- en sorteerbedrijf in landbouwproducten “Gebr. Rentmeester” met een pakhuis aan het treinstation DWO.

31 juli 2021

_________________________________________________________________________

De Ovezandse klompenmaker

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Als je vroeger zei dat je van Ovezande kwam, was het antwoord:  “O, jie komt uut ’t klompedurp”. Reden dat Ovezande vanaf begin vorige eeuw zo genoemd werd, is het feit dat er hier vele klompenmakers gevestigd waren en als je door het dorp kwam zag je tegen de gevels de klompen te drogen hangen…..

Ik heb hiervan de werkplaats op mijn schilderij afgeleid.  Geschetst: 1-4 stappen uit het handmatige proces. Een klompenmaker kon per dag, handmatig op het “heulblok” gesneden,  in 12 uur tijd (!)  5 tot 6 paar klompen maken (dus 2 uur voor een paar), een erg arbeidsintensief proces dat de klomp ook relatief duur maakte. De opkomende “mechanisatie”, halverwege de vorige eeuw, drong gestaag door, ook bij de klompenmakers Guust en zijn zonen Piet, Rinus en Charles van Steenbergen. In de Hoofdstraat 91-93 werd later de “Machinale Klompenmakerij” van Guust van Steenbergen gevestigd. De fabricage ging nu veel sneller waardoor de kostprijs lager werd, maar de sterk opkomende schoenenindustrie heeft het gebruik van klompen nagenoeg geheel verdrongen. Ik heb vroeger bij “Guust van Steenbergen machinale klompenmakerij”-de betreffende machines nog in de schuur aan de Hoofdstraat zien staan:

Machinale klompenmakerij  Hoofdstraat 91-93 met naambord boven de ramen.

In mijn jeugd op de lagere school, waren er nog wel kinderen die klompen droegen, natuurlijk ook Lou, een zoon van een van de klompenmakers (Charles van Steen-bergen). Als hij iemand een pak slaag wou geven deed hij een klomp uit en begon er mee te slaan en die klappen waren hard! (“Dat voel je op je klompen aan…”).                 

“Ovezandse klompenmaker “ aan het “heulblok”,  situatie ca. 1918, mijn olieverfschilderij op doek 55x45cm.

  De klomp heeft voor Ovezande ook een symbolische betekenis gekregen, zo zijn er “Podium de Klomp”, “Soos de Klomp”, “Klomppop Festival”, in de jaren 70 de dansgroep “De Klompen-dansers” en café “Het Klompenkot” nabij  Borssele.