Economie

Boerenhofstedes in en rondom Ovezande

Deel 2                                                                         Tekst: © Tom Rentmeester 2022

We zijn in de Poel bij Nisse, de meidoorn staat in bloei en we zien  fazanten in de weilanden dicht bij Ovezande

Ten noord-westen vanuit Ovezande via Nisse naar Goes rijd je zo “de Poel” in met haar prachtige authentieke heggen-gebieden en visrijke welen ten gevolge van overblijvende met water gevulde dieptes (waaronder “kolkgaten”) na de indijkingen enkele eeuwen geleden. De bebossing met meidoorns als erfscheiding strooit in de maand mei prachtige witte bloesem-stroken over het landschap…. “Je moet komen filmen hoor, de meidoorn staat weer in bloei!”, zei m’n ome Huib Vroonland  in de jaren 70 (uit het Lagewegje tegenover de Koedijk). Toch werd de meidoorn in die tijd door een agressieve en besmettelijke plantenziekte bedreigd: het “Pere-vuur”. Hierdoor zijn er toen vele meidoornstruiken gerooid en verdwenen, maar nu tonen ze met alle sier hun wederkomst….  In het “Ronde Poldertje” (een van de oudste dijken in ZB bedijkt ca. 1400) aan het eind van het Lagewegje en de Koedijk treffen we een oude hofstee met een mooie naam:

Hofstee “de Mooije Staak”

“De Mooije Staak” vanaf de Koedijk gezien.

Deze hoeve  heeft muurankers met de cijfers van  het bouwjaar 1632 aan de zijgevel van het stenen woonhuis. Het “Ronde Poldertje” is maar 10 ha. groot en deze plaats was al eerder bewoond, hetgeen is aangetoond door gevonden potscherven uit de 15e eeuw.

De fam. Doense heeft de hoeve laten bouwen en later zijn er vele andere families gekomen die er hebben geboerd en gewoond.  De laatste was J. Vermue Jr. die in 1967 naar de Flevopolder verhuisde en daar een nieuwe boerderij voortzette. “De Mooije Staak” werd eigendom van “Stichting Beheer Landbouwgronden” die soms optrad als verhuurder (1969 Ir. F. Rothuizen, 1972  W. v. IJseldijk, daarna was het enkele jaren een kunstgalerij en tot heden woont er een gepensioneerde chirurg Dr.Dijkhuis.

Na de Reformatie, toen het Katholieke geloof door de staat verboden was,  werden  op de zolder van deze hoeve geheime Rooms-Katholieke bijeenkomsten gehouden tot viering van de eucharistie (H. Mis).  Aan de gevel was vroeger in een nis de beeldengroep van “de 12 Apostelen” gemetseld. Een heilig beeld of voorstelling ervan, werd vaak aan de boerderij bevestigd om zo voorspoed van bovenaf te vragen. Een goede of slechte oogst was van beslissende doorslag voor het levensonderhoud…

Er gaat over deze hoeve de volgende legende (gehoord van mijn oom uit Nisse en ook gelezen in het boek “De mooiste Zeeuwse mythen en sagen” ISBN 9055134376) :

“Een nieuwe bewoner van de Mooije Staak stoorde zich aan de beeldengroep met “de  12 Apostelen” in de voorgevel en verwijderde deze, maar tot zijn grote verbazing stonden de beelden de volgende morgen weer op hun plaats terug in de gevel. Dit kon niet anders dan van bovenaf gestuurd te zijn. Hij liet de beelden met rust en ze bleven op hun plaats staan, met het gevolg dat zijn oogsten succesvol waren en hij goed boerde. Na een aantal jaren kwam er een nieuwe eigenaar en ook deze  vond de  voorstelling maar niks en sloeg de beelden aan diggelen en begroef ze op het erf. Wat er in de nacht daarop gebeurde werd uitgelegd als de toorn vanuit de hemel : de boerderij ging in vlammen op en brandde geheel af….De boerderij werd opnieuw opgebouwd en brandde na 12 jaar opnieuw in de nacht af. Dit herhaalde zich elk 12 jaar en eindelijk drong het tot hem door dat hij de beelden van “de 12 Apostelen” beter niet had kunnen verwijderen. De scherven van de begraven beelden waren niet meer bruikbaar, behalve één engelenkopje was heel gebleven, dit heeft hij in de nis van de voorgevel teruggeplaatst en sindsdien is het rustig gebleven en werden de oogsten weer goed”.

Hoeve Van der Meulen”

Als je van Ovezande naar de Poel in buurt van Nisse gaat, maak dan vooraf eens een afspraak (“Stichting Zeeuws landschap”) voor een bezoek aan de de museale   gerestaureerde  “Hoeve van der Meulen” bij ‘s-Heer Abtskerke.  In mijn jeugd (jaren 60’s) reden we vaak van Ovezande door de Poel naar Goes en passeerden daarbij  “d’oeve van de Vermeultjes” (zo noemden we die toen). Wat opviel was de grote hoeveelheid  daar opgeslagen oude auto’s, tractoren, machines en landbouwwerktuigen en de reeds in verval rakende boerderij met woonhuis .

Op het informatiebord bij de tekening de oranje stip linksonder, staat de volgende tekst:

“Dankzij de hoge ligging op een kreekrug behoort deze omgeving tot de langst bewoonde delen van Zeeland. De huidige boerderij dateert van het begin van de 17e eeuw. Toen “Het Zeeuwse Landschap” in 2006 “d’oeve van Vermeule” aankocht, was de monumentale boerderij geheel vervallen. Tientallen jaren waren het erf en de oude hoogstam-boomgaard aan de natuur overgelaten en daardoor overwoekerd met wilde bramen. De laatste bewoner, Adrie van der Meulen, heeft zijn land grotendeels buiten de ruilverkaveling weten te houden. Daarmee is het oude landschap van kleine percelen en hollebollige weilanden bewaard gebleven. De restauratie van de gebouwen heeft ruim 3 jaar geduurd. De hoeve heeft diverse originele gebouwen, zoals het woonhuis, de “bakkeet” en het varkenskot.  De karakteristieke schuur aan het woonhuis is in stijl herbouwd en wordt nu bewoond en deels, als appartementen, verhuurd. Op de omliggende landerijen heeft Het Zeeuwse Landschap de boerenlandnatuur van weleer teruggebracht. Het gedeelte langs de Zuidweg is als wildernis ongemoeid gelaten, vanwege de grote natuurwaarde en rijke vogelstand. Ongeveer tweederde van de in totaal 32 hectare is in gebruik als reguliere landbouwgrond bij boeren uit de omgeving”.

De voorzijde woonhuis (nu museum) met schuur (thans appartementen) en vooraan het varkenshok.
Achter staat de bakkeet, alles is zoveel mogelijk naar originele staat gerestaureerd. Boek “Hoeve van
 der Meulen”,  Stichting het Zeeuwse landschap onder red. M.A. Hemminga (ISBN 978-90-806370-9-2).

Het verval:

Adrie van der Meulen (1917-2005) die als laatste telg de hoeve bewoonde en exploiteerde, was een zonderlinge alleenstaande / vrijgezelle man. Hij duldde geen bezoek op zijn erf, nieuwsgierigen en kooplustigen joeg hij weg. Hij verzamelde de oude sloop van auto’s / vervoersmiddelen en landbouwwerktuigen om er zelf naar te kijken of mee te kunnen knutselen, verkopen deed hij niets.  Hij had genoeg geld geërfd  om niet meer te hoeven werken en liet alles op zijn beloop.  Af en toe werd hem bijvoorbeeld door z’n vaste loonbedrijf gevraagd of z’n tarwe nog niet ingezaaid moest worden, hij wachtte dan tot het allerlaatste moment en zei dan na veel aandringen: “Donder het er dan maar in….!”

Het verval aan de gebouwen leidde tot een onbewoonbare woning en een schuur niet meer geschikt voor stalling van vee. Het pluimvee, de kippen, pauwen, ganzen ed. liepen vrij over het erf. De onderstaande op het erf gestalde auto is een Citroen uit 1928, die stond daar net als alle andere vehikels te verroesten.  De opstal en het erf  werd door plantengroei overwoekerd alsof Adrie van der Meulen alles terug wou geven aan de natuur. Hij had immers geen kinderen om iets na te laten….

Uit het genoemde boek “Hoeve van der Meulen” een aanblik in welke staat de hoeve en erf in 2006 werd aangetroffen. In het betreffende boek kunt u vele foto’s zien van voor en na de restauratie. 

Omdat de grote gaten in het dak van de schuur en woning vrij spel gaven aan de weersinvloeden, werden de ruimtes door de ingeslagen regenbuien vanbinnen nat en dat veroorzaakte schimmel en houtrot. Om toch te kunnen wonen hadden de jongeren uit de omgeving, die er dikwijls aan hun brommers kwamen sleutelen, een oude sta- caravan op zijn erf neergezet zodat de bejaarde Adrie toch een droog bed had en er zijn potje kon koken…..

Bezichtiging:

Door de stichting “Het Zeeuwse Landschap” worden regelmatig open dagen en excursies / rondleidingen  op deze hoeve gegeven. Een gids toont de details met een verhaal, zo zijn er in de gevel Zeeuwse kloostermoppen gemetseld. De hoeve werd vanaf 1870  door de van der Meulens bewoond en “de gerosselde ‘oeve” (roze hoeve) genoemd omdat de muren met een rossige kalk waren bestreken. Hiervan is nog een klein deel te zien rechts van de deur aan de zijmuur waar een soort “klompenkot” met toilet was aangebouwd. Kom je via die ingang binnen dan zie je links de opkamer met eronder een kelder waarin de grote melktank met elektrische pomp staan. In de kleine opkamer, die meestal werd bewoond door de meid, was een bedstee. Rechts is de keuken / karnhok met rechts een trap naar de zolder. Achter is de woonkamer met een  bedstede uitgebouwd in de schuur en links van deze kamer de pronkkamer. Deze mooie kamer was voorzien van de oudste en mooiste beschilderde tegels aan de wand.

Foto ca. 1960 deel van het interieur met de origineel fraai beschilderde tegels bij de schouw waarvan een deel geroofd is en daarbij een aantal stukgeslagen is (foto: Hoeve van der Meulen).

Na de restauratie werd bij de inrichting van de kamers een klassieke bijpassende pendule gehangen, maar die werd al gauw door het dievengilde ontvreemd. Nu hangt er een uurwerkkast zonder binnenwerk en de panden zijn beveiligd. Als je daar zo binnen in het woonhuis staat en het oude interieur bekijkt, is het alsof je meer dan een eeuw terug stapt in de tijd….

Er staat tegen het varkenkot een met de hand bediende zakkenheffer, de bakkeet met oven  en in de tuin een wiedmachientje om het onkruid te wieden, restanten uit een verleden tijd….

De nabijgelegen vliedberg “Berg van Vermeulen” is nog een overblijfsel van voor de bedijkingen toen het water bij hoogtij het land overspoelde. Ook het omliggende landschap met de oude indeling van de boerenlandstructuur uit die tijd is gehandhaafd. De natuur doet de rest, zeldzame vogels, vlinders, bloemen en planten zijn er in alle rust en eenheid met de natuur te vinden…. Een excursie in het landgoed naar de vliedberg met een wateroversteek door een trekvlot is eveneens door de stichting Het  Zeeuwse Landschap met gidsbegeleiding op afspraak / tijdens speciale dagen mogelijk (althans daar heb ik een paar jaar geleden op die manier aan meegedaan).

                                                           (wordt vervolgd met deel 3)

_____________________________________________________________________

 Deel 1                                                                       Tekst: © Tom Rentmeester 2022.

Boerderij van Dijke gelegen aan “de Brilletjes”, waar we vroeger visten, de foto is genomen op 2 mei 2022 met de meidoorn in volle bloei. Zo mooi kan het rond Ovezande zijn! Thans is er een manege gevestigd en worden er jaarlijks de paardensport-concoursen “Jumpin’ de Weel” gehouden.

Rondom Ovezande lagen er in de 1e helft van vorige eeuw vele grote hoeven ook wel “hofstedes” genoemd. Zuid-Beveland had tot in de jaren 60 hoofdzakelijk een agrarische bestemming, er was nauwelijks industrie, zodat er onder de bevolking veel land-arbeiders op en rond deze hofsteden werkten. Toen ik in Ovezande op de lagere school zat (t/m 1959) zag je nog niet veel tractoren, in de landbouw werden nog volop Zeeuwse trekpaarden ingezet. Dagelijks werden er paarden naar de smid in het dorp gebracht om met nieuwe hoefijzers beslagen te worden….

Je hebt “werkpaarden” en “sierpaarden”, zo luidt een gezegde. Links het Zeeuwse trekpaard voor de zware akkerbewerking en rechts rijpaarden voor de koets…. Foto: aan de Groenendijk en in de Poel.

In dit artikel bekijken we twee nog bestaande oude hofsteden ten noorden van Ovezande, Hofstede Collaard en de hoeve van Vermue Hollestelle (onder nr. 1 en 2 )

Satellietfoto van gebied in en boven (Noordkant)Ovezande met enkele hofstedes:  1= de “Collaard”, 2= Vermue “Hollestelle”, 3= “Louissehoeve”, 4= “Calagne” hoeve. De “mooie Staak” bij Nisse (=5), 6= Hoeve “van Dijke”aan de Brilletjes-weel. 7 = hoeve van Goense. In de Oud-Ovezandeseweg: 8= hoeve W. Boonman, 9= hoeve P. Goense. 10= hoeve J. de Jonge en in de Hoofdstraat: 11= hoeve “’t Weeltje”.

De bezetting van hoeve Collaard eerste helft  vorige eeuw met rechts de 4 dochters van Pier Priem.

1). “Hofstee Collaard”: Één hofstede is reeds in mijn vorige artikels genoemd: de niet meer bestaande “Priem-hoeve” in de Molenweg 6 van Cornelis Priem  (1850-1927, geboren op  “hofstede Collaard”). Cornelis Priem was een zoon van Jannes Priem 1805-1874 van “het hof Collaard” (vanaf 1836,  tegen Blazekop: Noordweg 6/ Kolaardsweg 1.

De ingang naar het huis met de bedrijfsgebouwen.  Satellietfoto  google maps“Hofstee de Collaard”.

“Hofstee  Collaard” in 2022  vanaf de Noldijk gezien: vooraan het woonhuis met erachter de schuren.

De  welvarende “hofstee Collaard”  draait momenteel onder leiding van de 53-jarige Johannes Priem (is dus geen nazaat van Cornelis Priem uit de Molenweg maar uit een zijtak ervoor van “de Collaard”). Zijn 83-jarige vader ziet hoe het “boeren” in de tijd veranderd is. De leiding van een modern boerenbedrijf  vergt veel nieuwe kennis van het vak en regelgeving. Dit wordt gefundeerd door gedegen opleidingen (zoals HBO Landbouw “Aeres” te Dronten, Wageningen en Almere) en het behalen van vereiste certificaten. Dit agrarisch bedrijf is wel met de tijd meegegaan en heeft een groei van 36 ha akker-oppervlakte  naar een 220 ha van nu meegemaakt. Het is een efficiënt  aangestuurde onderneming, zie ook in de dorpskrant Ovezande de rubriek “voor het voetlicht” met het  interview van Yvonne Claassen: “Zes generaties boer in Ovezande”.

De voortschrijdende mechanisatie en schaalvergroting met steeds minder personeel leidden tot grote moderne agrarische bedrijven met omzetverhoging en verlaging van de  loonkosten. Ook de onder-nemingsvorm is vanaf 1945 vaak omgezet van familie-eenmanszaak naar firma, maatschap en bv.

2). “de Hoeve in Hollestelle”: Gaan we van de Kollaardweg richting ‘s-Heerenhoek dan zien we aan de linkerkant na de kruising met de Beeldhoeveweg, een grote hoeve met een bakkeet er voor staan.   Omdat over deze boerderij eind vorige eeuw een boek is geschreven door mijn neef Paulus Raas (van tante Jane Rentmeester) is er hierover veel uitgezocht en vastgelegd.     

1904 vlnr: Johannes Vermue (1883-1907), Tannetje Rijk (1840-1919), Pieter Vermue (1875-1943), Laurus Vermue (1877-1950) , de dienstmeid NN en Adriaan Vermue (1874-1910).

Boek (ISBN 90 72138 15 5) van Paulus Raas (1941-1996) met een luchtfoto uit de 2e helft vorige eeuw  “Een Hoeve in Hollestelle” van de toenmalige Fa. M.S. Vermue & kinderen.

De eerste eigenaren van het toen nog kleine hoefje,  waren Jacob Remijnssen x Martijnken Lenaerts, dit blijkt uit een akte van 1625.  Zijn zoon Huybrecht Jacobssen x Leynerthen Adrians met hun zoon Bastiaan zetten het bedrijf voort, pas na ca. 1700 zijn  de opvolgers nader bekend (staan in het boek van Paulus Raas vermeld).  De volgende tijdperken zijn van:

* Adriaan de Meij (1717-1794) koopt in 1747 de boerderij en verkoopt deze met 24 gemeten en 260 roeden grond in 1795 aan Krijn Langemaire.

* Krijn Langemaire x Pieternella Hoondert (van 1795-1841).

* Adriaan Vermue x Joanna Ars (van 1841-1877).

* Marinus Vermue x Tannetje Rijk (van1877-1913).

* Marinus Simon Vermue  x Cornelia Priem (van 1913-1956).

* het bedrijf wordt omgezet naar “Firma M.S. Vermue en kinderen” (1956-.…).

* Na de dood van M.S. Vermue (1915-1988) neemt zijn jongste zoon Pieter de leiding over met zijn zussen Magdalena, Anthonia en Margaretha.

Marinus Simon Vermue, Pieter en zijn zussen Magdalena, Anthonia en Margaretha Vermue. Deze mensen komen mij nog wel enigszins bekend voor, ze woonden natuurlijk meer buitenaf. Maar de hoeve, daar ben ik vaak langs gereden en doe ik nu nog steeds als ik richting ‘s-Heerenhoek ga.

Je ziet naast de naam Vermue vaak bekende Ovezandse achternamen als huwelijks-partners terugkomen, zoals de Meij, Hoondert, Ars, Rijk, Priem etc. , meestal uit de nabije omgeving w.o. de Blazekop. Piet Boonman (1943, van de boerderij aan de  “Coudorpse Berg” in Driewegen, woont nu gepensioneerd  in de Oud-Ovezandseweg) zijn moeder komt ook uit deze familie Vermue, vertelde hij mij.

Linker tekening het woonhuis en rechter tekening de schuur (uit het boek van Paulus Raas).

Het woonhuis en de houten schuur zijn aan elkaar verbonden en hebben dakpannen. Helemaal links aan de zijkant van het woonhuis is een houten “klompekot” voor de voordeur aangebouwd, dat hadden velen om de “slik” buiten de woning te houden. De regenbak links bovenaan was de drink- watervoorziening. Het varkenskot lag tegen het huis en de “mispit” (mestput)  tegen de schuur vanwege de stank (ook de wc-emmer werd hierin geleegd.

Linker tekening de stalvloer rechts doorsnede schuur (uit het boek van Paulus Raas). Paulus was van beroep technisch tekenaar bij de machinefabriek Amac in ‘s-Heerenhoek. Voor zijn hobby was hij amateur-historicus en lid van de Heemkundige Kring de Bevelanden. Hij heeft diverse artikelen en boeken geschreven waaronder ook over het NH-kerkje te ‘s-Heerenhoek dat nu in het openlucht-museum te Arnhem staat. Nog steeds wordt er in historisch verband gebruik gemaakt van zijn beschreven kennis waarin hij met zijn onderzoeken erg diep ging. Zo verkreeg men een beeld hoe het leven in een vroegere tijd verliep, vaak met beschrijvingen van werktuigen, gebouwen en familie-stambomen.

De bakkeet is wel typerend voor de boerderijen uit vervlogen jaren, men bakte er zelf het brood en karnde zelf de boter….  Ook de was kon er gedaan worden,  groenten en fruit worden ingemaakt / gesteriliseerd etc.                   

De bakkeet, links de stookruimte (boogje)  van de bakoven, aan de achterkant de toegangsdeur. Rechts het woonhuis met erachter de schuur. Het klompenkot (halletje) voor de voordeur is nu van steen gebouwd, voorheen was het van hout.

Zo’n  bakkeet zouden ze tegenwoordig een “tiny house” kunnen noemen, je kon er zelfs in overnachten of gezellig samenzijn en daar maakten de jeugdige boerenknechten en meiden dan ook weleens  gebruik van.

Ook in de ruime keuken en de woonkamer van het woonhuis werd alles netjes en proper gehouden, de sierlijk beschilderde tegels met tegeltableau-voorstellingen aan de wanden gaven aanzien aan de bewoners en waren hygiënisch goed schoon te houden.

Er was in rond 1900 ook nog geen elektriciteit, waterleiding of riolering. Alles was afgestemd op en een met de natuur….. De mestput werd leeggehaald en over het land gestrooid als bemesting voor de gewassen.

Het varkenshok met erachter de mestput, links van de woning de regenbak en rechts de schuurdeur.

                                                                                                (wordt vervolgd)

______________________________________________________________

Doorbraak radio en televisie

Deel 2    De televisie

Tekst, tekeningen en verzamel-items door: © Tom Rentmeester 2022

   

1950 De eerste Philips televisie “het hondenhok” TX400 U met 22cm ronde beeldbuis. Het experimentele testbeeld van Philips. Rechts “Erres”KY311U versie met hetzelfde binnenwerk als Philips, uit 1951 (collectie auteur).

Vanaf 1949 startte Philips in Eindhoven met de experimentele tv-uitzendingen in zwart/wit. De toestellen waren nog niet op de Nederlandse markt verkrijgbaar. Toen in 1951 deze voor de consumenten beschikbaar kwamen, waren er nog geen alledaagse uitzendingen maar die waren beperkt tot een paar dagen in de week en slechts enkele uren per dag.

In Ovezande waren Adrie Boonman en Sjef Schuerman aanvankelijk de aangewezen tv-leveranciers. Adrie Boonman jr. (in dit geval “junior”, want zijn vader heette ook zo) had begin jaren 50 op de ETS / HTS elektrotechniek gestudeerd en vanaf dat moment tevens de televisietechniek onderwezen gekregen. De “eerste tv” op Ovezande stond daarom in de huiskamer van de familie Boonman. Ik heb in 1955 op een middag nog bij Ko Boonman (de fietsenmaker en broer van Adrie) een zwart/wit voetbalwedstrijd gezien in de Dreef14 (waar hij toen woonde).  Ik was 8 jaar en zag daar voor het eerst de tv als een “soort poppenkast waarin de poppen aan het voetballen” waren…. Zou je die ook kunnen vastpakken?, vroeg ik me af….. Hoewel ik weinig om voetbal gaf, boeide het fenomeen televisie mij enorm en vanaf dat moment was mijn interesse voor deze nieuwe techniek gewekt…..

1956 De omroepsters uit de beginjaren van de televisie  vlnr.:  Tanja Koens (NCRV), Hannie Lips *(KRO), Verti Dixon (VPRO), Ageeth Scherphuis (AVRO) en Karin Kraaykamp (VARA). *“Tante Hannie” zwaaide na afloop van haar kinderprogramma altijd met haar twee handen als afscheidsgroet.

De vrijgezelle gebroeders Leendert en Kees Westdijk (Hoofdstraat 2) waren de “tweede”  tv-bezitters van Ovezande. Ze zagen graag vrouwelijk schoon en de tv was daar een prima medium voor, zo werd gezegd. Je zag buiten aan de tv-antenne wie er zoal televisie had.

1953 Philips 16TX1422A en het binnenwerk, zw/w-testbeeld, 1955 Philips 14TX123 (collectie auteur).

De zender in Goes (kanaal 7) kwam pas eind 1957 in de lucht en omdat we ruim ervoor al een televisie in huis hadden keken wij voor Nederland eerst nog naar de zender van Lopik (kanaal 4). Om die reden moest onze tv ook via een behoorlijk hoge en grote antenne daarop afstemmen en dan nog was het beeld niet altijd optimaal. De hoge antenne was ook van een bliksemleider voorzien die de bliksemspanning bij inslag via een dikke koperdraad naar een 6 meter elektrode in de grond kon afvoeren.

1957 Tv-zenders, constructie hoge antenne met bliksemafleider. Muurbeugel- of schoorsteenbevestiging (tekeningen uit mijn UTS-praktijkverslag tijdens mijn stage bij Adrie Boonman in 1966).

Als je dan zo’n vroege bezitter van een televisie was, dan kwamen familie en bekenden vaak een avondje op visite om televisie te kijken. Zeker als er een voetbalwedstrijd was, bakker Willem Remijn schopte dan met zijn rechter voet onder de tafel mee als de bal bij het doel kwam….tot groot vermaak van ons die daar natuurlijk speciaal op letten.

1957 Onze eerste tv “het paardengebit” 17TX170A Philips met 43 cm beeld (collectie auteur)., Café Verbeek had eenzelfde toestel met groter beeld 53 cm. PZC Philips advertentie met de gloednieuwe televisietoren in Goes.

De bovenstaande tv had een sleuteltje waarmee het toestel op slot kon werden gezet zodat bij afwezigheid van de ouders de kinderen niet naar programma’s voor volwassenen konden kijken…!. (“de kerk” had hiervoor gewaarschuwd en het was in het verzuilde Nederland een gewichtig onderwerp van discussie).

Omdat het analoge signaal kwalitatief toch sterk beïnvloed werd door weersomstandig-heden, meestal ten nadele maar soms ook ten voordele, konden we in 1957 op een mistige avond een optreden van Bill Haeley & his Comets met “Rock around the clock” zien via een Duitse zender. Dat was geweldig: we hadden hem zien “rocken en swingen” op de beeldbuis. De beeldkwaliteit verbeterde enorm zodra de tv-toren in Goes haar eerste uitzendingen op kanaal 7 startte. De antennes moesten wel weer aangepast worden om de zender Goes te kunnen ontvangen.  De populariteit van de televisie steeg ook in Ovezande enorm na de introductie van de zender Goes groeide het aantal bezitters snel.

1957 Ik zat in de 4e klas van de lagere school en was 10 jaar oud. We keken naar Nederland (VHF kan. 4 later 7), Belgie-Vlaams (VHF kan. 2 later 10) en Belgie-Frans (VHF kan. 8). De televisie-uitzendingen van de dag ervoor waren vaak onderwerp van gesprek er werd dan gevraagd wat er zoal op tv was geweest. Op Belgie-Vlaams kwam het programma “Schipper naast Mathilde”, een serie uitgevoerd als blijspel met steeds een vervolg (soap). Mathias (den Matjas), Mathilde (Matilleke), den Sander en den Ypoliet, met nog een papagaai en enkele medespelers, belandden telkens in doldwaze situaties. Zo werd een grote buitenthermo-meter gebruikt om iemands koorts onder de oksel op te meten…. Het speelde zich af in de huiskamer en het uitgesproken Vlaamse taaltje (zoals “Awwel zunne”) maakte het voor ons extra komisch. De papagaai in de woonkamer sprak tevens spontane rake opmerkingen…. (zie foto huiskamer boven). We hebben daar veel om moeten lachen!

Wat waren ze leuk: Swiebertje en Saartje,    de “Dikke Deur”, Pipo en Mamaloe,     Tom Manders als Dorus 

Ook op Nederland (er was nog maar enkel Ned.1), waren er leuke kinder- en humoristische programma’s zoals Swiebertje, Pipo de clown, Dorus etc. 

Maar vooral het laatste / actuele nieuws (het journaal) kwam de huiskamer binnen voorzien van beeldmateriaal en gaf daarmee een constante “kijk op de wereld”. De televisie veroverde haar plaats als informatiebron en steeds meer mensen schaften er een aan. Er was nog geen reklame op tv en voor de financiering van de programma’s door de zenders moest er “kijkgeld” betaald worden.

Resp. 1958, 1959 en 1960. (collectie auteur). De beeldschermen werden groter en rechthoekiger, bij “direct vision” verdween de glasplaat ervoor, ook de service-vriendelijkheid kreeg meer aandacht (rechts met VHF en UHF voor Nederland 2e net). 

1963. Wegens plaatsgebrek voor het groeiende aanbod van zenders werd overgeschakeld van de VHF- naar de UHF-band:  Nederland 1 kwam in Goes op kanaal 29. Het 2e net (Nederland 2) kwam op kanaal 32 en Nederland 3 in 1966 op kanaal 35. Toestellen met enkel VHF werden uitgebreid met eventueel een los UHF-voorzetkastje èn er moesten weer nieuwe UHF-antennes geplaatst worden.

De televisietoren in Goes werd constant bemand om bij storingen te kunnen ingrijpen. De vakhandel had de opleidingen gevolgd voor installatie en reparatie van radio en tv met speciale meetinstrumenten (rechts: uit collectie auteur, de “GM”-serie van Philips).

In Ovezande vestigde Corre Maat, na een loopbaan bij Radio van de Broek, zich in de beginjaren 60 als zelfstandig radio-tv-reparatie en verkoopbedrijf aan de Hoofdstraat 3. In 1967 werkte ik bij Stroom bv in Goes en in dat jaar werd de kleurentelevisie op de Nederlandse markt geïntroduceerd en ter verkoop aangeboden. Grote zware “bakken” vol buizentechniek die in het begin heel veel aandacht, begeleiding, investering en service van de speciaal opgeleide vakhandel vroegen (Philips zie foto onder).

Ook hier ging het uitontwikkelingsproces nog jaren door, de transistorisering en de IC-techniek maakten de apparaten minder service-gevoelig (gingen minder snel stuk) en goedkoper. en nieuwe technieken als “vieuw data” en “teletext” werden in de jaren 80 door de PTT en het omroepbestel toegevoegd. De video-recorder deed in 1973 zijn intrede waarop videotheken opgericht werden en er thuis films naar keuze bekeken konden worden….

Nawoord: De televisie heeft in de 2e helft van vorige eeuw onze wereld enorm veranderd. De voortschrijdende techniek van de elektronica bracht ons naar de digitaletechniek met computers en mobiele telefonie met al haar app’s /programma-mogelijkheden. Mails, aanmeldingen, bestellingen, betalingen, informaties etc., er komt geen papier meer aan te pas en alles wordt direct geactiveerd. De vele winkels in Ovezande en de tv-antennes op de daken zijn bijna allemaal verdwenen en we kijken en luisteren naar een enorm zenderaanbod via de kabel. “De vooruitgang biedt veel maar vraagt ook offers”.

Van 1976-1986 heb ik een eigen zaak met winkel  (“radio-tv-service rentmeester”) in Goes geëxploiteerd en de opkomst van teletext, vieuwdata, de cd en de computer nog meegemaakt. De vakhandel werd steeds verder verdrongen door de grote winkelketens / supermarkten en daarna ook door de online-winkels. De technische service-verlening / nazorg in de vorm van toen vind je nauwelijks meer terug, vervanging van het product bij een defect is veelal het goedkopere alternatief voor reparatie geworden….

______________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 5  De export

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: ©Tom Rentmeester 2022

Door mijn artikelen uit de 50er en 60er jaren in de “dorpskrant Ovezande” loopt de “rode draad van de economie”. Als voorbeeld hiervan heb ik het bedrijf van mijn vader en oom “Firma Gebr. Rentmeester” genomen omdat ik dat in die jaren van kinds af aan heb meegemaakt en achteraf gezien, hiermee de vooruitgang van die jaren duidelijk kan aantonen..

Dit artikel loopt tot 1966, het jaar waarin mijn vader stierf en dat betekende in feite ook het einde van “Gebr. Rentmeester” dat uitgegroeid was tot een rendabel groot bedrijf .De jaren 1958, 1965 en 1973 worden vaak beschouwd als gefaseerde einddoelen van de “wederopbouw” in de naoorlogse periode. Het land lag weer boven het bepaalde economische niveau van 1939 en de eerste oliecrisis diende zich in 1973 aan (autoloze zondag) als teken dat de machtsverhoudingen in de wereld sterk aan het veranderen waren. Ook de “koude oorlog” vanaf vlak na de oorlog (met de Russen als mogelijke vijand)  speelde in die tijd een imponerende rol. De angst was permanent aanwezig en toen Rusland in 1956 Hongarije binnenviel hielden de mensen hun hart vast….komt er nu weer oorlog? Mijn moeder had “gehamsterd” met levensmiddelen voor het geval dat….. Met die zorgelijke onzekerheid voor de toekomst moest men bedrijven sturen naar zekere doelen.

Ca. 1960:  Keuring van uitgestrekte aardappelvelden,  links Cees en rechts Bas Rentmeester.                         

Een veilige basis voor het zakendoen in de aardappelhandel met onstabiele prijzen en opbrengsten was vooral voorzichtigheid. Er moesten immers meerdere gezinnen hiervan leven en het vermogen was er volledig in geïnvesteerd, de verantwoordelijkheid bij de leidinggevenden was daarom zeer groot.

C. Rentmeester aan de telefoon in zijn kantoor. Rechts de Toegangskaart 1965 voor de beurs in Rotterdam.

Elke maandag bezocht mijn vader met de trein “de Beurs van Koophandel” te Rotterdam. Daar kwamen ook de exporthandelaren en werd de vraag afgetast. De andere dag ging hij naar de Landbouwbeurs in Goes ( “de Korenbeurs” op de Grote Markt) om het aanbod van de producten en de inkoopprijzen te inventariseren. Ome Bas ging naar de boeren toe, beoordeelde de velden met de gewassen en kocht deze dan zo gunstig mogelijk in. Als hiervan dan ook nog vooraf de pootaardappelen door Gebr. Rentmeester geleverd waren, was de vertrouwensband al sterk aanwezig. Zeeuws-Vlaanderen was een belangrijk aanleverings-gebied. Toen ik op kostschool zat kwamen er ook veel leerlingen van die kant.  Sommige boerenzonen zeiden :“Hé, wij hebben aan jullie aardappels verkocht!” en was je gelijk met hen bevriend.

1949. Er werd volop geëxporteerd, ook pootaardappelen, hetzij rechtstreeks of via externe exporteurs.  

Volgens het H.E.K. (Handels Economisch Kantoor in Den Haag) zijn de doelstellingen van de minister met zijn “export-stop” niet verwezenlijkt, maar resulteerden in verhoging van de consumentenprijs in Nederland. De balans 1956 toonde toch een behaalde recordwinst.

Wat betreft het studeren van zijn kinderen had vader daarin één regel: “wie kan en niet wilt studeren, gaat in het pakhuis werken om er het vak uit de praktijk te leren”. Bas en Hans werkten al vanaf hun 16 jaar in het pakhuis. Ze hadden een keer een pin-up foto van een mooie dame uit een tijdschrift met hun naam en adres mee verpakt in een kratje aardappelen voor de export. Een maand later ontvingen zij thuis een briefkaart uit Engeland met de tekst: “The enclosed photo of the lady was beautiful and the potatos were delicious!”. Toen moesten zij het verhaal opbiechten aan hun ouders en er werd nadien hartelijk gelachen om hun leuke spontane actie, er werd wel verzocht dit niet te herhalen.

De auto waarin je reed was in die tijd belangrijk en tevens een afspiegeling van de kredietwaardigheid van de persoon of bedrijf die er mee reed. Voor bezoeken aan landbouwers om daar producten te kopen, was dat representatief te noemen. De auto’s in die jaren ingezet waren:   1945 een omgebouwde legerjeep,  1949 Citroen Traction Avant, 1953 Chevrolet, 1958 Chevrolet Bel Air en 1962 Mercedes 180 D  (voor ome Bas). Mijn vader kocht voor zichzelf in 1963 een witte Ford Taunus 12M.

1960:  Mijn ouders met de Chevrolet Bel Air uit 1956 voor de autogarage van hun zwager in Apeldoorn.

De VBNA (Verenigingen Belangen Nederlandse Aardappelhandel) te Den Haag was een belangrijke vakorganisatie. Cees Rentmeester was bestuurslid VBNA afd. Zeeland, zat in de Beursprijzencommissie afd. Goes en was lid Commissie Handelsvoorwaarden.

Het vakblad met verslag van de VBNA-algemeen-bestuursvergadering / “Productschap voor Aardappelen” in Utrecht (Mei 1965).  Gele pijl=> C. Rentmeester.  “In de Beursprijzencommissie zaten de heren Faber, Leerdam, Maas, Wouters, Rentmeester, Gunnik, Meeder, van der Lans, Van Zanten en Cleophas, die elke maandag zo juist mogelijk de gemaakte prijzen trachtten weer te geven”. De laatste 3 kwamen ook vaak bij ons aan huis / aan kantoor in Ovezande.

Omdat hij in de VBNA-prijzencommissie zat, werd hem dagelijks door aardappelhandelaren om advies gevraagd. Hij bleef door zijn korte informatielijnen wel constant op de hoogte van de laatste prijsontwikkelingen in Nederland en Europa.

Het bedrijf had in 20 jaar (vanaf 1945 tot 1965) een sterke omzet- en winststijging meegemaakt (de brutowinst in 1965 was fl. 197.500), kortom de zaken liepen goed. In november 1965 kreeg Cees Rentmeester de uitslag van een onderzoek in het ziekenhuis St. Johanna te Goes, dat hij nog slechts enkele maanden te leven had. Dat was een enorme klap voor ons gezin en voor het bedrijf “Gebr. Rentmeester”. Ook de zakenrelaties waren geschokt. Cees Meijer uit Kruiningen (thans Lamb Weston) zocht mijn vader op aan zijn ziekbed en vroeg of hij nog een wens had. Mijn vader wou nog graag zijn in 1953 naar Canada geëmigreerde neef Jaap Vermuë zien (hij had daarvan toen het fruitteeltbedrijf met inventaris, opstallen en woning in ’s-Gravenpolder overgenomen). Cees Meijer liet die wens op zijn kosten in vervulling gaan, dat is pas èchte vriendschap tussen “concullega’s” (zo men die tegenwoordig noemt)!

Op 18 maart 1966 kwam mijn vader op 53-jarige leeftijd te overlijden. Ik was 18 jaar en onder mij kwamen nog 3 minderjarige broers (16, 14 en 9 jaar oud). Het betekende in feite ook het einde van de “firma Gebroeders Rentmeester”…..

Ca. 1960 Kratje met aardappelen voor de export  Rechts: De jaren erna, het pakhuis werd te klein……

Briefhoofd in de 50-er jaren. Ook als sorteerbedrijf werd het vaak in opdracht ingeschakeld

_______________________________________________________________________________.

Doorbraak radio en televisie

Deel 1     De radio

Tekst en verzamel-items  door: ©Tom Rentmeester 2021

Mijn gebouwde replica Van der Meer 3-lamps radio uit Vlissingen (1926).  De in 1969 door Adrie Boonman overgenomen winkel van H.J. v.d. Meer, Walstraat 62 te Vlissingen (na ons trouwen in 1971 woonden we daarboven).

Tijdens de 1e wereldoorlog werden radiolampen al ingezet voor communicatie-doeleinden tussen legerdevisies. Hiermee werd de basis gelegd voor de huidige elektronica, de transistor en de IC zijn in principe afgeleiden van de radiolamp. De eerste radio-omroep uitzending in Nederland was op 1 november  1919 ( “Soiree-Musicale” door de NRI). De daarop volgende seriematige radiofabricage in Zeeland werd omstreeks 1920 door H.J. vd Meer in Vlissingen uitgevoerd (“Eerste Zeeuwse Radiofabrikant”), het bedrijf dat Adrie Boonman in 1969 overnam. Tijdens de verbouwing die daarop volgde, werden door ons veel oude apparaten en lectuur gevonden, veel werd als oude troep bestempeld en weggegooid. Een klein deel werd behouden en apart gezet maar is tijdens de fatale brand in 1973 helaas verloren gegaan. Toch heb ik tijdens mijn pensioenering mijn radio-verzameling met enkele van der Meer radio’s kunnen aanvullen en me verdiept in haar geschiedenis .

3x uit mijn verzameling: oude “Van der Meer” radio’s op lampen voor accu- en batterijvoeding vlnr: bouwjaar 1928, 1925 en 1926 met rechts de “Amplion” bloemhoorn-luidspreker uit 1924. De verwisselbare spoelen bepaalden het golfbereik en met wel 2 afstemcondensatoren werden de zenders afgesteld. Zie online mijn artikelreeks “H.J. van der Meer & Zonen”:  https://www.nvhr.nl/data/Van_der_Meer.pdf

De 20e eeuw wordt mede gekenmerkt door de uitvinding en doorbraak van radio, televisie en computer.  Een van de eerste radio’s was de kristalontvanger begin vorige eeuw en deze werkte nog zonder versterkerlamp. De kristalontvanger werd ook in mijn jeugd nog gebouwd, ik was 10 jaar toen ik (evenals mijn klasgenoot Willy Verbeek) de Philips Pionier 1 in 1957 als bouwpakket voor mijn sinterklaas kreeg uit de gloednieuwe winkel van Adrie Boonman aan de Hoofdstraat 52 te Ovezande. Een “eigen radio” was in die tijd voor een 10-jarige jongen iets heel bijzonders…. (ik lag ’s avonds op mijn bed naar Radio luxemburg met de nieuwste top-hits op de “visserij-band” te luisteren).

Zelfbouw kristalontvangers: 1906 en door mij gebouwde Meccano radio uit 1920 (staat nu in het museum “het Pakhuis” te Leeuwarden). Rechts: Bouwpakket Philips Pionier 1 uit 1957, mijn eerste radio.

Uit mijn verzameling de eerste Philips radio 2501 uit 1927 met schotelluidspreker en plaatspanningsapp.

Ook in Ovezande werd begin vorige eeuw de radio geintroduceerd en verkocht. Aanvankelijk ging de verkoop van radio’s veelal via de plaatselijke fietsenmakers, smederijen en elektriciens. Grote merken als Philips gaven hierin commerciële en technische ondersteuning, dus ook bij de fietsenhandel van Arjaentje Boonman (vader van Adrie) en Peet Schuerman (vader van Sjef). Via de Philips rayon-vertegenwoordiger konden deze de eerste Philips radio (2501 uit 1927) aan huis voor de verkoop laten demonstreren. 

Radio’s waren tot in de 30-40-er jaren nog erg duur en een voordelige manier om radio te kunnen beluisteren was de “radio-distributie”. Dit werd voor de 2e wereldoorlog ook in Ovezande toegepast: op een centrale radio werden luidsprekers bij de abonnees met kabel aangesloten en kon men deze beluisteren. Natuurlijk hadden mensen met welstand zoals rijke boeren, de burgemeester, dokter ed. inmiddels wel een radio-ontvanger in huis staan. Als er nog geen elektrisch lichtnet aanwezig was (zoals buiten bebouwde kom, afgelegen boerderijen ed.) , werd de radio op accu’s en batterijen aangesloten.

Tijdens de 2e WO moesten de radio’s aan de bezetter worden ingeleverd. Mijn ouders hadden een Philips 480A en deze werd niet ingeleverd maar verborgen in een kast in de woonkamer. De deur van deze kast was behangen met hetzelfde motief als de hele kamer en daardoor slecht zichtbaar. Toen de Duitse soldaten op een dag via een tip een controle op de aanwezigheid van radio’s hielden, was dat even schrikken. Als ze de radio zouden vinden kon dat ernstige gevolgen hebben. Mijn moeder pakte haar jongste zoon Hans (nog geen jaar oud) in haar armen en ging voor de bewuste deur staan. De soldaten doorzochten de woning  maar zagen de kastdeur waar mijn moeder voor stond niet. “Keine Rundfunk-Geraete gefunden” zoiets moeten ze gezegd hebben en vertrokken onverrichter zake.

Een kleine greep uit mijn radio-verzameling, ontworpen volgens de design-trends uit die tijd (in bakeliet).

De radio is na de 2e wereldoorlog nog verder uitontwikkeld met transistortechniek, stereo en als deel (tuner) van audio-installaties. In 1951 komt de zw/w televisie op de Nederlandse markt. Adrie Boonman haakte hierop als gediplomeerd radio-tv-technikus volop in (investering verkoop/winkel en service/werplaats met documentatie en onderdelen).

Links: 1957 Philips eerste transistorradio “Sharpie” en 1960 “Fanetta” (mijn eerste transistorradio).   Rechts: Erres grammofoon-combinatie en tafelradio.

(wordt vervolgd met deel 2 “televisie”)

_________________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 4  De mechanisatie

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: ©Tom Rentmeester 2021

1954 ’s-Gravenpolder.  Ploegen, inzaaien en oogsten van het land nog met behulp van echte “paardenkracht”. Werkpaarden werden door de mechanisatie steeds meer verdrongen door tractoren en machines. (tussen de paarden door is het huis met de gebroken kap nog net te zien, daar woonden wij. Rechts de boomgaarden en links het grote kippenhok met ren).

In de zomer van 1953 verhuisden we van Ovezande naar de Provincialeweg 1 in ’s-Gravenpolder, waar het woonhuis met bedrijfsschuur en boomgaarden lagen van een neef van mijn vader (Jaap Vermue) die daar een fruitteeltbedrijf had en naar Canada geëmigreerd was. We gingen ruim 2 jaar met de bus naar Goes op school, daarna bracht vader ons elke dag met de auto weer naar Ovezande waar we daar naar school gingen. Hij had bouwplannen voor een nieuwe woning met kantoor aan de Hoofdstraat 98 waar we in 1957 introkken. Eindelijk weer helemaal terug in Ovezande!

Links: 1954 Gerrit en Maatje Schijf, uit Dreef 2 te Ovezande, nog met “handwerk” op het land. De “Allis Chalmers” tractor (t.b.v. de sproeimachine/  “blower” en laadwagen /vervoer naar de veiling etc.) voor de boomgaarden. Rechts vlnr: mijn broers Bas, Robby, Rinus en Hans die later in het bedrijf Gebr. Rentmeester kwamen werken samen met hun neven Wim, Kees en Frans van Ome Bas Rentmeester. In de schoolvakanties moesten wij er allemaal (ook van ome Bas) komen helpen en was ik dus ook “de klos”.

De verhuizing naar ’s-Gravenpolder was noodzakelijk omdat mijn vader daar het gekochte fruitteeltbedrijf met boomgaarden opnieuw moest op- en doorstarten. Hij werd hierbij geholpen door de fruitteler Jan Rijk (schoonzoon van Merien Verbeem, een bekwaam fruitteler) uit Ovezande die in het naaste huis (van de geëmigreerde Harry Koenders , wiens onroerend goed ook in het beheer van mijn vader was) kwam te wonen en in loondienst voor hem ging werken. Het fruitteeltbedrijf beschikte in 1965 over 4 grote boomgaarden: Ovezande aan de “Zakkedijk”/Wolfhoekseweg en in Nisse-Stelle, ’s-Gravenpolder aan de Provinciale weg 1 en aan de Lange Weg eveneens in ‘s-Gravenploder. Zo konden de arbeiders van het pakhuis buiten het “aardappel-seizoen” in de boomgaarden te werk worden gesteld en als vaste arbeiders op de loonlijst blijven staan. Dat vond mijn vader heel belangrijk omdat goede en ingewerkte werknemers schaars waren.

Aan het pakhuis op het stations terrein DWO werd nog steeds zwaar lichamelijk werk verricht. De zware zakken met aardappels werden op de rug gedragen en via een loopplank de treinwagons binnengebracht. Achteraf bekeken kwamen daar behoorlijke rugklachten van en veelal leidde dat tot direct ziekteverzuim of zelfs blijvende arbeidsongeschiktheid.

PZC 5-12-2015, een terugblik op het fysiek zware werk tijdens “de wederopbouw” in de jaren 50-60 .    Het hand- en tilwerk in het pakhuis werd eveneens verlicht door machines zoals de elektrische zakkenheffer en de transporteurs die tevens voor belading van de treinwagons ingezet werden..

Er werkten aan de pakhuizen in de jaren 50 en 60 veel sorteer- en losarbeiders (bij Gebr. Rentmeester ca. 15-20  stuks). Ook bij de andere pakhuizen J.F. de Jonge , v.d. Gughte en P. Knopjes werkten eveneens veel Ovezandenaren. Bij elkaar vormden ze een zeer belangrijke bron voor de werkgelegenheid in Ovezande en omstreken, maar niet iedereen was geschikt voor dit zware werk….

Links: Aardappelrooier anno 2015,midden: transporteur 1957, rechts: snelweger 1955 . Links: Mijn kleinzoon 5 jr. met zijn skelter en aardappelkar, tegenwoordig kan “zelfs een kind rooien”….

Er was in Colijnsplaat een metaalconstructiebedrijf (fa. Verburg), dat in eigen werkplaats transporteurs vervaardigde. Dat werden bij Gebr. Rentmeester de elektrisch aangedreven 5 en 9 meter lange verstelbare en rijdbare stellages met lange rubberen banden op rolletjes, waarop zakken of losse aardappelen verder en omhoog getransporteerd konden worden. Hiermee kon het zware lichamelijke draagwerk in de pakhuizen aanzienlijk worden verlicht.

Links: De uitbreidingen aan het pakhuis met de indeling van het geheel, situatie rond 1959. Rechts: De plattegrond ervan, de 3 koelcellen werden in 1958 geïnstalleerd door Fa. Pieper uit Krabbendijke.

Ook voor de bevoorrading  van de koelcellen was de transporteur onmisbaar, de cellen werden namelijk vanaf boven gevuld. Eind jaren 50 – begin 60-er jaren, werden er diverse uitbreidingen aan het pakhuis gerealiseerd. Er werd een houten loods aangebouwd  voor het werk aan de sorteermachine. Er kwam ook een “losbunker”, ontworpen door Rinus Rentmeester (HTS-er, zoon van ome Bas) en vervaardigd door smederij Huijbrechtse te Ovezande. Het kolossale apparaat werd onder politie begeleiding (Cassetta) met de tractor naar het pakhuis vervoerd. In de losbunker kon een voorraad aardappelen vanaf de vrachtwagen in een keer worden gelost en daarna regelbaar naar de sorteermachine worden aangevoerd. Ook hier werd voorheen nog zwaar en tijdrovend handwerk verricht.

De mechanisatie in de landbouw werd gestaag doorgevoerd naar Amerikaans voorbeeld: mechanisatie en schaalvergroting waren de sleutelwoorden. De Marshall-hulp na de oorlog (1948-1952) van Amerika aan Nederland bestond uit een geschonken geldbedrag (ca. 1,3 miljard. US-$) dat aan Amerikaanse goederen moest worden terug besteed. Zo kwamen er Amerikaanse producten (zoals onderstaande foto met de Farmall tractor voor de landbouw) op de Nederlandse markt en ook in Ovezande terecht.

Amerikaanse Farmall-M tractor.  K-6632 van J.M. Rijk uit Ovezande, in febr. 1953 betrokken bij het opruimen van kadavers in Kruiningen. De voorwielen konden met verlengassen wijder uit elkaar gezet worden. Bron: www.facebook.com/ReimerswaalWatersnoodramp1953 via Sjaak v. Loo.

De ruilverkaveling rond 1960 en de sanering van kleine boeren die stopten en hun landerijen verkochten, zorgden er voor dat er grotere aaneen gesloten akkers werden gevormd die naar de dichtbij gelegen boerderijen gingen voor schaalvergroting van het bedrijf. De paarden werden vervangen door tractoren met nieuwe efficiëntere landbouwwerktuigen. Dit proces zette zich in de jaren steeds verder door met zwaardere trekkers voor landbewerking-, zaai- en oogstmachines zoals (aardappel-)rooimachines.

Om van de opbrengst te kunnen leven moest een agrariër met gezin een akker met een minimale oppervlakte verbouwen : in 1945 van 5 hectare, 1950 van 12 hectare, 1960 van 20 hectare en tegenwoordig is dat 100 hectare. Je ziet nu in vergelijking met toen ook veel minder maar grotere boerderijen met meer uitgestrekte akkers staan.

M. Rijk, Groenendijk B3 met Ford BB uit 1934                 De nieuwe vrachtwagens in de50-er jaren

Transportbedrijven van o.a. Kees Stouthamer uit Ellewoutsdijk en Merientje Rijk uit Ovezande brachten de gekochte aardappelen van de boer naar het pakhuis van Gebr. Rentmeester aan het station DWO. De betreffende vrachtwagens werden later eveneens op de veranderde eisen vanuit de mechanisatie (snelle en grote laad- en losmogelijkheden) aangepast. Zo zag je in de “jaren van de wederopbouw” de wereld veranderen en de economie met sprongen vooruitgaan.

 (wordt vervolgd)

_________________________________________________________________________

Winkels Ovezande (en bedrijven met verkooppunt)

Tekst door: ©Tom Rentmeester 2021.Deel 2.

Ca. 1960 De smederij Hoofdstraat 95 van Arjaan de Jonge die zich steeds meer specialiseerde in tractoren (Deutz) en auto’s. Hij begon de Toyota-garage in Goes en Bert Rijk nam het autobedrijf in Ovezande over. Eind jaren 60 stond er voor ook nog een benzinepompstation met extra verkooppunt van motorolie, antivries, service-artikelen ed., dat bij afwezigheid bediend werd door de buren Kees Geus en zijn vrouw.

De technische bedrijven groeiden mee met de economie, smederijen werden garages voor auto-reparaties en onderhoud aan tractoren / landbouwwerktuigen. Sommeijer aan de Hoofdstraat 32 was ook zo’n smederij / garage-bedrijf met een benzinepomp.

Ovezande had een winkelbestand waarin het geloof min of meer de klantenkring bepaalde. Garage Sommeijer, kruidenier vd Velde en Arnaud Bakker, timmerbedrijf vd Poel ed. hadden meestal protestante klanten. De Ovezandse RK-middenstandsvereniging “de Hanze” was in die tijd een actieve organisatie.

De fournituren-/textielzaken van J.F. de Jonge-/ Kee Geljon (Kerkplein 2) en A. Raas / Janna Boonman (Hoofdstraat 73) verkochten ook klederdrachtstoffen van de ellenrol, dat waren nog veel gevraagde artikelen in die tijd en Janna Boonman en Kee Geljon waren zelf ook nog in Zuid-Bevelandse klederdracht zodat ze goed wisten wat er zoal nodig was.

Links Kerkplein: nr. 4 Kapperszaak van Bernard Vermeule, nr. 2a winkeltje van Nagtzaam, nr. 2 Textiel J.F.de Jonge, nr. 1 café Verbeek.. Midden: nr. 2 Kee de Jonge-Geljon met dochter (links achter de bakkerij van Pier Rijk). Rechts: Nieuwstraat 3-5, de melkhandel van Pauw Daalman die aan de deur kwam.

De kapperszaak van Bernard Vermeule was uitgevoerd in bewerkt donker notenhout met een hele grote spiegel. De kapstoel bezat, naast een nekrol met verwisselbaar papier voor de scheerklanten, ook armleuningen waarover een plank gelegd werd als zitplaats voor de kleine kinderen. Aan de kant stonden stoelen voor de wachtenden. Het was er een altijd een gezellige drukte voor de mannen. Er werden de laatste dorpsnieuwtjes besproken en moppen getapt, dikwijls bleven de reeds geholpen klanten nog een poos nakletsen. Aan de muur hing ingelijst de veelzeggende tekst “Hier leert men vloeken”, terwijl Bernard toch een baan bij de Herv. kerk als klokkenluider had… Hij speelde piano, zat in de fanfare (klarinet) en sprak graag over muziek. Toen wij (the Blue Violets) in 1963 een snaren-trommel nodig hadden maar niet over genoeg geld beschikten, nam hij ons mee naar de opslag achter de Herv. kerk waar de overgebleven fanfare-instrumenten stonden en zei: “Zoek maar uit, want de fanfare is toch gestopt!” en zo begon een trommel een 2e leven…..

Links:  de fietsenhandel met PAM-benzinepomp van Ko Boonman Hoofdstraat 41 en zijn vrouw Magda met de mengsmering-pomp voor bromfietsen. Rechts: de fietsenzaak  na een verbouwing eind jaren 70.

De doorbraak van de televisie v.a.1951 gaf een enorme omzetimpuls voor de elektrozaken. Adrie Boonman bouwde in 1957 een nieuwe winkel en breidde deze 9 jaar later nog eens flink uit. Hij was een gedegen HTS-opgeleide elektrotechnieker, installateur en radio-tv-technicus en zijn vrouw Lies een geboren verkoopster. Ik liep daar toen stage voor mijn UTS elektro-/elektronica-opleiding en heb daar veel geleerd, het waren erg goede en sociale mensen ook als werkgever! 3 Jaar later ben ik in hun filiaal te Vlisssingen gaan werken als bedrijfsleider (1969-1976).

1957 Winkel van Adrie Boonman en Lies Faes aan de Hoofdstraat 52 en rechts na de verbouwing in 1967 met de winkelingang aan Burg. Andriessenstraat 2. De opening van de nieuwe winkel door burgemeester Mooijman, daarnaast mevr. Mooijman en Adrie Boonman, helemaal links staat de jongste zoon Twan.

Begin 1973 brak er ’s nachts een fatale brand uit in het filiaal te Vlissingen en dat bracht het bedrijf, dat door de grote voorraad op dat moment onderverzekerd bleek te zijn, in ernstige financiële problemen waardoor het in 1976 helaas noodgedwongen werd opgeheven.

Ca. 1930  Peet Schuerman met zijn “Buick” taxi uit 1918. Rechts: Ca. 1950 Peet met de Hudson Super 6 uit 1948 en zijn vrouw Octavia “Janna” van Steenbergen met de Hudson Standard 4 uit 1934.

Peet Schuerman, de vader van Sjef Schuerman) was eerst een klompenmaker die zich verder bekwaamde tot rijwielhersteller, garagehouder, elektricien en winkelier met een eigen taxi-bedrijf aan de Hoofdstraat 79.  De Buick taxi-auto uit 1918 werd later nog omgebouwd tot vrachtwagen. De Hudson werd tijdens de oorlog bijna ingevorderd door de Duitsers maar Peet en zijn zoon Sjef hadden de koppelingsplaten eruit gehaald en verstopt. In plaats hiervan hadden ze gebroken exemplaren erbij gelegd, de auto was dus onklaar voor gebruik , stond zonder wielen op blokken en onderdelen waren toen niet te krijgen…. Direct na de oorlog werd de auto hersteld. (info: Jacqueline, dochter van Sjef Schuerman). Sjef volgde zijn vader op en breidde in de jaren 60 de winkel sterk uit. Hij was een slimme technicus en, naar zeggen, in het geheim bezig met de uitvinding en ontwikkeling van een soort “perpetuum-mobile” (een motor die zelf geen energie verbruikt) en die op waterstof liep voor de afgifte van mechanische kracht. Het apparaat voldeed waarschijnlijk niet aan de gestelde eisen en is niet uitgebracht, misschien was Sjef zijn tijd wel te ver vooruit. Hij had ca. 1965 een grote luxe Amerikaanse auto aangeschaft en zei tegen een leverancier (Technische Unie): “Die heb ik van jullie centen gekocht!”, de leverancier keek verbaasd op, “Ja, van de 2% korting voor contante betaling die ik steeds van jullie krijg….”.

Links: De winkel van Sjef Schuerman hoek Hoofdstraat79 /-Plataanweg. Het hoge gebouw achter heeft als garage / brandweerkazerne gediend tot in 1967 de nieuwe kazerne in de Burg. Andriessenstraat kwam. Rechts: de uitgebreide “semi-airconditioned” winkel erna.

Speelgoed was voor ons kinderen belangrijk en dat kon je volop vinden in de grote en luxe winkel van Sjef Schuerman. Naast de huishoudelijke artikelen, wit- en bruingoed verkocht hij ook fietsen, naaimachines etc. Hij was tevens elektrotechnisch installateur, taxi-chauffeur, Esso-benzinepomphouder, fietsenmaker, naaimachine-reparateur, brandweerman en kazernehouder van de brandweerauto. Wij woonden recht tegenover hem (Hoofdstraat 98) en zagen vaak waarmee hij bezig was. Hij had eens een hele grote vlieger van bruin pakpapier gemaakt (ca. 2×3 meter), daarop stond in blauwe verf een naaimachine afgebeeld met de merknaam en zo maakte hij boven het dorp zijn eigen “luchtreclame”. Ook verbouwingen aan zijn woning en winkel deed hij zelf net als zijn laatste zelfgebouwde woning in de Mooijmanstraat 7.  Zijn kinderen studeerden door en hadden geen ambities in de zaak. Het bedrijfspand is verkocht en staat sinds jaren leeg…

Hoofdstraat 55 Timmerbedrijf vd Poel (nu Humpy-Dumpy).  Ca.1955  Austin Vrachtwagen van Piet Schreurs.

Transportbedrijven met vrachtauto’s werden soms gecombineerd met een handelsbedrijf zoals Piet Schreurs (Hoofdstraat 63) en Frans Koens (Groenendijk 55) beiden met de olie- en kolenhandel. Frans Koens  reed voorheen met een vrachtwagen van Pauw Knopjes die een aardappelhandel aan de spoorlijn naar Driewegen dreef. Merien Rijk (Groenendijk 5) reed veel met z’n vrachtwagen voor de Gebr. Rentmeester, zijn zoon Adrie nam dat later over. Piertje Oostijk (“Piertje Bries”) had een span paarden met wagen, deed bode-diensten en haalde wekelijks het huisvuil in Ovezande op dat hij afvoerde naar de stort “de Bezubetjes” (Joost Huibjes weel). Zo af en toe gallopeerde er een op hol geslagen “briesend” paard van hem door de straten van Ovezande, je moest dan wel zorgen dat je op zij ging… Jaap Koens zei eens in het café tegen Piertje Bries: “Goh, je bent al terug van vakantie in de Ardennen?”, “Ik weet nergens van….?”, zei Pier. “Ja, het kwam op de radio bij het Belgische weerbericht: Er nadert een wilde bries in de Ardennen…” Piertje kon weleens heetgebakerd (vechtlustig) zijn, maar moest er zelf toch ook om lachen.

Ovezande had van oudsher vele café’s, in de 60-70-er jaren waren er nog over: Café Oosthoek, Neeltje v. Gessel, Jan Doene, C. Verbeek, “het Olietunnetje”, Tanne van Bette (“Klompekot” nabij Borssele maar nog wel gemeente Ovezande) en “de Morgenster” (bij Driewegen). Jan Doene had ca. 1965 zelf een bar met tap in zijn café gebouwd en was daarmee het eerste café in Ovezande dat zelf bier uit het vat tapte . Hij kon achter de bar sterke verhalen vertellen zoals:  “Toen ik eens een zeer zware zak van wel meer dan 125 kilo droeg, barstten mijn klompen”….(zijn vrouw Ma gaf dan een knipoog naar ons en gaf daarmee aan dat er niets van waar was….). Hieronder volgt nog een luchtfoto met een gedeeltelijk overzicht van de meer dan 40 winkels / bedrijven met verkooppunten die de dorpskern van het ondernemend Ovezande in de 60-70-er jaren rijk was:

1963 Centrum Ovezande met straatnummers van >40 winkels en bedrijven  (groene stip 1 = café Verbeek).

Hoofdstraat:(links = oneven) : Nr. 17= bakkerij van Eerdenburg, 23= slagerij J. Rijk, 24= levensm. winkel vd Velde, 25= loonbedr. Hoogstrate,26= schilder J. Uitterhoeve, 31= levensm. De Spar /  kaaswinkel C. de Winter, 32= smidse/garage met benzinepomp Sommeijer, 39= aannemer Daan Priem, 41=fietsenwinkel Ko Boonman / benzinepomp, 43=Rabo-kassier I. Rijk, 50= Nagtzaam schilder en drogisterij, 52= Adrie Boonman elektro /radio tv, 45= winkel en smederij Huijbrechtse (later aannemer Sjaak Rentmeester), 47= bakkerij Remijn, 49= ’t winkeltje van Doortje, 51= levensm. Vegé Siene Vreeke (P. Goense en hun zoon Bertie), 55= aannemer vd Poel, 63=P. Schreurs kolenhandel, 65= Merien “Gist” Boonman bakkerij, later Jaap en Kees Remijn, 67= Cafe Doene / R2, 69 = Piet den Toonder, melkhandel / rijdende w., 71= Krien Kruppe, tabak en levensm.,73= Janna Boonman (Raas) textiel, 98= kantoor gebr. Rentmeester later Reka-reclame en schutterij art. Jos Rentmeester, 79= Sjef Schuerman cadeau-winkel /installateur /taxi / benzinepomp etc., 91-93= van Steenbergen klompenmakerij, 95= Arjaan de Jonger smidse en garage/benzinepomp, later Bert Rijk auto’s, 99= Aannemer Jan Priem  Dreef nr.3= schoenmaker Paul Paree . Groenendijk (de “Berg”): 3= Café Neeltje van Gessel, 25= Almekinders (“Fortje”) rijwielen, 55=  F. Koens, kolen en olie  Kerkplein: nr. 1= café Verbeek, 2= stoffen en naaigerei J.F. de Jonge, 2a= drogisterij /schilderbedrijf Nagtzaam (klein winkeltje), 4= kapper Bernard Vermeulen met fritesverkoop, 7= bakkerij P. Rijk, 8= Rabo-bank. Nieuwstraat: 3= melkboer Pauw Daalman, 9= huisslager W. Rijk, 4= klompenmaker Kees Boonman, 6= klompenmaker Frans van Steenbergen. Bloemenstraat 2 Arnaud Bakker levensmiddelen.  En verder nog enkele kleine verkooppunten eventueel met korte levensduur.

_________________________________________________________________________

Tekst door: ©Tom Rentmeester 2021. Deel 1.

Eind 60-er jaren:Jan Rijk en zijn vrouw Job in de slagerswinkel achter de koelvitrine met vleeswaren. In eigen slachthuis werd vanuit de koelcel vanalles zelf gemaakt, van echte boerenleverworst tot kotelet.

Een goede bakker en een goede slager waren op een dorp voor de leefbaarheid onmisbaar. Jan Rijk kwam uit een slagersfamilie en dreef zijn ambachtelijke slagerij annex winkel met verse vleeswaren onderaan de Hoofdstraat op nr. 23. Hij koos zelf zijn dieren uit die hij zelf slachtte of kocht deze van de vleescentrale voor verdere bewerking. De slagerij met winkel werd na zijn pensionering rond 1975 overgenomen door Hans Kartan, die het assortiment nog verder uitbreidde (kant-en-klare nasi-goreng, soepen, kip, diepvriesproducten, kaas etc.) om meer omzet te genereren, maar toch na een aantal jaren de zaak sloot

1954 De bakkerij met winkel van Willem Remijn (in het deurgat) en Roos, Hoofdstraat 47 (was voorheen van zijn vader, bakker Adriaan Remijn en zijn moeder Tientje). In 1945 werkte hij nog gezamenlijk een aantal jaren met zijn broer Jaap in de bakkerij. Willem maakte van de bakkerswinkel eind jaren 60 een supermarkt. Na een brand werd de supermarkt (dus zonder bakkerij) overgenomen en voortgezet door zijn broer Jaap Remijn die deze na ca. 5 jaar weer overdeed naar Bertie Goense (de kruidenier) met daarna Baaijens en thans Toby van Liere als opvolger .

Van de ruim 40 winkeltjes die Ovezande in de 50-60-jaren bezat, zijn er maar een paar overgebleven. De grote winkelketens die in de jaren 70-80 opkwamen verdrongen de kleine winkels door enorme prijs-/concurrentieslagen. Sommige winkeliers begonnen een grotere winkel met een gunstiger commercieel product voor die tijd, zoals de drogisterij en verfhandel Nagtzaam en de Radio-televisie-winkel van Adrie Boonman in 1957. Ook Sjef Schuerman breidde zijn winkel en assortiment behoorlijk uit, als je ging trouwen kon je daarheen om je volledige “uitzet” te kopen (servies, bestek, huishoudelijke apparaten etc.). Ook was er volop speelgoed en cadeau-artikelen te koop die te zien waren in de etalages.

Willem Remijn maakte eind jaren 60 van zijn bakkerswinkel een “supermarkt”. Ook zijn broer Jaap schakelde die richting in en verkocht naast zijn bakkerswaren ook kaas, diepvriesproducten, frisdranken etc.  Winkelketens als de Spar, Vegé, Ifa, Attent etc. waren de leveranciers van een breed levensmiddelenpakket voor de winkels die hun assortiment wilden uitbreiden. Veel kleine winkels, waarvan de eigenaren reeds ver op leeftijd waren, werden opgeheven door gebrek aan opvolging en vooral het wegvallende perspectief. Deze kleine winkeltjes zoals die van Doortje Boonman (rechts op de foto hierboven), Cees de Winter (Spar) ed. sloten in het laatste kwartaal van vorige eeuw definitief hun deuren.

Vlnr: “Willem Remijn” supermarkt Hoofdstraat 47, “Doortje” het kleinste winkeltje op nr. 49, rechts daarvan op nr. 51 de levensmiddelenzaak van Pier Goense met zijn vrouw “Siene Vreeke” en hun zoon “Bertie Goense”. Pier Goense was tevens kapper waarvan de kapsalon achter de ijsverkoopdeur rechts lag. Boven de deur van de ijsverkoop hing de vlag OKAY-ijs en als de deur geopend was moest je binnen op een knop voor de bel drukken, dan kwam iemand om te helpen. Rechts: Kinderen met een lekker “Okay-ijsje”….

Voor ons kinderen waren de snoepwinkels natuurlijk het belangrijkst. “Het wienkeltje van Doortje” was maar ca. 2,5 x 3,5 m groot, er konden maar 2-3 klanten tegelijk in. Het interieur bestond uit donkerblauw geschilderde balkenplafond en dito toonbank, wandboorden en een trapje achter de toonbank naar de kleine zolder waar ook de voorraad opgeslagen lag. Ze verkocht naast tabaksartikelen ook rolletjes pepermunt, hoestpastilles, dropjes, snoepjes ed. Ook voor ansicht- en felicitatiekaarten kon je er terecht. Als er bij een kermis een fotograaf diverse bezoekers had gekiekt dan hingen die foto’s ter verkoop in haar etalage. Toen ik een jaar of 4-5 was, had mijn oudste broer Rinus bij Doortje een gipsen klein (ca. 7 cm) roze varkentje gekocht waarbij in z’n achterste een staafje gestopt werd dat na verhitting van een sigaret opschrompelde en als drolletjes in stukjes naar beneden kwam te vallen, het leek alsof het varkentje aan het poepen was…., wat een onzin eigenlijk, maar wij vonden het als kind ontzettend leuk!

Bij Siene Vreeke, ook wel Siene “Pilk” genoemd, ernaast was het assortiment van snoep behoorlijk groot. Als je binnen kwam lag er rechts op een grote lange tafel, gesorteerd in bakjes met prijsaanduiding, een scala van lekkernijen zoals spekken, zuurstokken, kaneelstokken, zoethout, zuurtjes, lollies, kauwgom, allerlei dropsoorten, salmiak, chocolade (-“puten”), suikerbeestjes enz. Vlak tegenover lag de lagere school en daar was dus de doelgroep die er altijd langs kwam. Als je een dubbeltje gekregen had dan kon je hier wel wat vinden !…. In de etalage liepen er soms kuikentjes (tjoekjes) rond, gewoon als “trekker”. De verkopen “Vegé”-levensmiddelen, waaronder met een “kappertje” gesneden kaas, bokking, groenten en allerhande zoals vloerzeil, ijs etc., gingen meestal op “de lat” / rekening . ’s Zondags na de kerk gingen de mannen naar het café en kwamen de vrouwen (gratis) koffie drinken bij hun vaste winkeliers en dan gelijk hun rekening betalen.

Mijn zus Riet voor het “kaaswinkeltje” van Cees en Bella de Winter Hoofdstraat 31. Jaap Remijn voor de nieuwe zaak Hoofdstraat 65 (woonhuis is nog geen winkel) en trots aan zijn nieuwe bakkersoven

De vele winkels waren voor de bevolking de voorziening in behoeftes naar producten en voor sommige uitbaters een extra verdienste als aanvulling op het inkomen. Men verdeelde zijn benodigde boodschappen over de verschillende winkeliers zodat ieder wat kon verdienen. De persoonlijke bediening gaf een sterke klantenbinding, de verkoopster pakte elk gevraagd product van het schap en schreef het op de rekening / kassabon. Losse goederen (vleeswaren, kaas, groenten, fruit, suiker, meel, snoepjes ed.) werden op de weegschaal gewogen en ingepakt.

Links: Koos Remijn helpt een klant (haar moeder Meleene de Jonge). Rechts: Het assortiment van de bakkerwinkel Jaap Remijn werd uitgebreid en opvallende prijskaarten gaven de speciale acties aan….

“Bedrijven zijn net kruiwagens, je moet ze steeds voortduwen anders vallen ze stil !”.

1984 Kees Remijn neemt de “bakkers-speciaalzaak” van zijn vader over en moderniseert de bakkerij. Zijn oudere broer Ad neemt in Kwadendamme een soortgelijke bakkerij met winkel over. Beiden zijn op latere leeftijd leraar aan de vakschool geworden voor onderricht in “het bakkersvak”. Kees verkocht zijn bedrijf aan de bakker Adri v/d Bunder die er nu nog dagelijks zijn verse producten bakt..

Het dagelijks brood werd naast de winkelverkoop, door de bakkers ook met de bakfiets of (later) met de auto aan huis bezorgd. Tevens kwam de verdere detailhandel met boodschappen dagelijks of wekelijks aan de deur: de groenteboer (Bas en z’n zoon Wim Meublok), de visboer (Wannes uut Erremue), de melkboer Pauw Daalman (in het begin met paard en wagen en later met een bestelbus), de olie-boer etc.

                                                                  (wordt vervolgd met deel 2).

_______________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 3  Watersnoodramp    

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: ©Tom Rentmeester 2021

Het door mij in 1983 gemaakte schilderij (olieverf op doek, 70x 50 cm) geeft de situatie weer van 1953. De firmanten Cees (links met de hoed) en Bas Rentmeester zijn met een steekproef aardappelen aan het keuren. Details hieruit worden afzonderlijk in deze artikelreeks beschreven.

Aan de linkerkant (op het schilderij buiten beeld) stond de weegbrug:

De weegbrug werd met aandelen onderling gefinancierd en volgens de balans van 1952 bezaten de gebr. Rentmeester 3 aandelen hiervan met een waarde van Fl. 304,= . In 1958 werd een nieuw weeglokaal gebouwd (architect Wirtz) De bestektekening lag nog in mijn vaders bureau. De weegbrug blijkt nog steeds in gebruik te zijn (staat voor de CZAV-loods). De watersnood van 1 februari 1953 was voor de aardappelhandel ook een ramp, er was veel onder water gelopen en bedorven. In die tijd werden aardappelen op het land “ingekuild” bewaard (op stro en afgedekt met stro en daarop kleigrond als gewicht).…….    

Kop van artikel uit de PZC  4-februari-’53              De Citroen “Traction Avant” uit 1949

Ik was nog maar 5 jaar maar kan me het nog goed herinneren dat we naar het radionieuws luisterden en ik samen met mijn vader in de auto van thuis (Dreef 5 in Ovezande) naar de dijk bij Ellewoutsdijk reden waar ome Bas met lieslaarzen aan bezig was mensen op het droge te dragen. Ik zie die beelden en het groene afstemoog van de radio nog steeds voor me. Gelukkig is Ovezande en dus ook het pakhuis toen droog gebleven.

Bas (met pet en draagt iemand op z’n rug), Cees (met hoed) samen “de Gebr. Rentmeester” en de bevriende Cees Meijer uit Kruiningen (thans Lamb Weston) op zoek naar ingekuilde aardappelen die de ramp overleefd hadden. Deze werden door de Ovezandse brandweer in een gegraven kanaaltje naast het pakhuis met water schoongespoten, in draadmanden opgevangen en te drogen gelegd. Als deze gedroogd waren werden ze binnen gesorteerd.

Als kind vond ik dat reuze interessant, vooral die rode brandweerauto!

Zoiets (is dus geen foto van de originele brandweerauto) stond in de jaren 50 bij Sjef Schuerman in de garage ofwel “brandweerkazerne” op de hoek Hoofdstraat-Plataanweg. Tegenover het pand stonden nog hoge houten telefoonpalen, daar waren “dwarsleggers” aan bevestigd waarover de brandweerslangen te drogen werden gehangen, van de ene naar de andere paal. Rechts de originele brandweerauto met het kenteken NJ-32-87 na 22 jaar dienst, waarvan burgemeester Mooyman (vooraan op de foto) in 1964 afscheid neemt. Achter het stuur Sjef Schuerman en daarachter boven de voorruit Ko Boonman.

De jaarlijkse financiële overzichten voor het aardappelbedrijf “Gebr. Rentmeester” werden opgesteld door het “HEK” (“Handels Economisch Kantoor” te ’s-Gravenhage). Deze financiële balansverslagen zijn vanaf 1946 tot 1966 (het jaar waarin mijn vader overleed) bewaard gebleven. Over het jaar 1953 met de watersnoodramp werd hierin geschreven “dat ondanks de door het water verloren gegane aardappelvoorraden in Zeeland en daardoor de slechte handel, met het spoelen / wassen van partijen aardappelen er toch nog door uw bedrijf een goed en positief jaarresultaat behaald kon worden, dit in tegenstelling tot vele andere soortgelijke bedrijven”.

Een opsteker voor inventief en oplossingsgericht aanpakken bij tegenslagen!

 (wordt vervolgd)

________________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 2                            Tekst, tekeningen  en schilderijen door: ©Tom Rentmeester 2021

Situatie ca. 1980: de rails liggen er nog, de pakhuizen staan leeg: links vooraan “Gebr. Rentmeester”, daarachter “vd. Gughte” en op het eind “J.F. de Jonge”. Het “stationnetje” is bewoond door fam. Koens.

In 1946 werd het stenen pakhuis gebouwd op het tegenover het treinstation DWO gelegen NS-terrein. De NS verhuurde deze percelen aan potentiele bedrijven die gebruik maakten van transport met de spoorwegen. Het was net na de oorlog erg moeilijk om aan bouwmaterialen te komen, daarom werd er gezocht naar nog bruikbaar materiaal van door de oorlog vernietigde gebouwen.

Zo kwamen de stalen balken voor de binnen-constructie uit het zwaar beschoten Antwerpen, hierin zijn nog de granaatinslagen te zien.
In 1947 werd de firma “Gebr. Rentmeester” officieel opgericht en ingeschreven. Cees Rentmeester (op het schilderij links met hoed) deed de verkoop en Bas de inkoop van de agrarische producten (uien, vlas, graan en aardappelen). Ook hun broers Engel, Jan, Rinus en Janus hielpen mee in het pakhuis, het waren dus in het begin 6 broers die samenwerkten met een aantal losse arbeiders. Het was zwaar werk (een mudzak woog 80 kg en werd op de rug gedragen) er was geen sanitair of kantine aanwezig en het stoof erg.

1983 Inspiratie tot het maken van een schilderij.     Platte grond met plan voor “het koelhuis”

De aardappel-sorteermachine “Campfens”- (uit Middelharnis) stond opgesteld tegen de linker muur in het pakhuis. Op onderstaande tekening komen de aardappelen links binnen en worden door de “jakobsladder” omhoog gebracht naar de schudzeven. Daar worden ze op grootte gesorteerd, eerst wordt de kleine kriel afgescheiden, vervolgens de middelmaat en daarna gaan de grote door naar de grote sorteerband. Daar staan aan iedere kant 3 tot 4 personen te sorteren en gooien de slechte / afkeur in de tarra-bak die naar de zijkant in 2 zakken tegelijk worden verzameld voor veevoer. Aan het einde van de leesband komen de goedgekeurde grote aardappels in 2 bakken waaraan elk 2 zakken hangen. In het midden van de grote sorteerband hangt een touw waar men belsignalen kan geven naar degene die voor de aanvoer zorgt (start-sneller-langzamer-stop), meestal de chauffeur van de vrachtwagen of tractor. Onder de tekening van de sorteermachine staat een foto afgebeeld van de kop van de leesband (rechts) , daar hangt een vierkante “waaier” met maatstandaarden waarin vierkante gaten en een bijbehorend nummer om de grootte van de aardappels te controleren. Op het schilderij heeft mijn vader dit in zijn rechterhand.

De sorteermachine was een dure investering en werd zorgvuldig onderhouden: elk jaar uit elkaar, schoongemaakt / gesmeerd, versleten onderdelen vervangen en de ombouw geheel opnieuw in aluminiumkleur geschilderd.                                                                                                                                 

                                                                                                             (wordt vervolgd)

_________________________________________________________________________

Aan het treinstation Driewegen-Ovezande

Deel 1                                            Tekst en schilderijen door: ©Tom Rentmeester 2021

Ovezande had vanaf 1927 tot 1983 een treinhalte /-station van de SZB-(Spoorweg Mij. Zuid-Beveland)”. Als je dit zegt, kijkt de huidige generatie verbaasd op, maar de ouderen weten het nog goed: Het “stationnetje” DWO was gelegen tussen Driewegen en Ovezande (vanaf Ovezande na afslag Platteweg / Wolfhoekseweg gelijk rechts). Persoons- en goederen-vervoer maakten al voor de oorlog gebruik van dit lijntje door de Zak van Zuid-Beveland. Het vervoer van personen was geen succes, het lag te ver buiten het dorp….

Na de oorlog werd het z.g. “bietenlijntje” hoofdzakelijk benut voor het transport van agrarische producten naar afnemers en voor export, het had een gunstige verbinding met het uitgebreide NS-spoorweg-netwerk. Tot 1958 reden er nog stoomlocomotieven, daarna werden er alleen nog diesellocomotieven ingezet.Het stationsgebouw DWO werd beheerd en bewoond door toenmalige stationschef Heine Koens met zijn gezin. Het staat er nog steeds en er wonen (klein-)kinderen van hem. Het bordje DWO is inmiddels van de woning verwijderd. Achter het stationnetje lag een rangeerlijn waardoor de spoorweg vrijgemaakt kon worden. Aan de spoorlijn stonden bij het station een hoog waterreservoir voor de stoommachines en een takel-hefinrichting bestemd voor de bietennetten om deze vanaf de boerenwagens in de open treinwagons te kunnen lichten. Tijdens de oogsttijd was het een drukte van jewelste, een komen en gaan van boerenkarren met agrarische producten en dat bracht ook veel slik op het terrein……

Mijn vader Cees Rentmeester (1912-1966) was de oudste zoon van een gezin met 13 kinderen van Marinus Lucas Rentmeester uit Ovezande. Hij moest al vroeg werken om thuis in de kosten bij te dragen, vanaf zijn 12e was dat al van 6 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds, 6 dagen per week. In de avonduren volgde hij ook nog cursussen in de land-/ tuinbouw en fruitteelt, hij wist dat behaalde diploma’s de basis vormden om hogerop te komen. Hij werd commissionair in land- en tuinbouwproducten en ging dagelijks op de fiets naar boeren in Noord- / Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. Toen de oorlog uitbrak werd hij als soldaat / korporaal in de kanaalstelling (nabij Kapelle) gezet om de Duitse invasie tegen te houden (10-17 mei 1940) , daarbij zijn zij door een enorme Duitse overmacht beschoten met mitrailleurs, granaten en bommenwerpers en er zijn aan hun kant ook doden gevallen. Hij heeft daar nooit met ons over gesproken, waarschijnlijk zijn manier om het te vergeten….   In juni 1940 trouwde hij met Betje Vroonland en ging in Kwadendamme wonen waar hun eerste zonen Rinus, Bas en Hans werden geboren. Na de bevrijding verhuisde het gezin terug naar Ovezande Dreef 1 (waar mijn zus Riet en ik zijn geboren) en begon hij zijn 2 bedrijfsplannen te verwezenlijken: een fruitteeltbedrijf met boomgaarden op zijn eigen naam en met zijn broer Bas (1916-1991) onder firma een handels- en sorteerbedrijf in landbouwproducten “Gebr. Rentmeester” met een pakhuis aan het treinstation DWO.

31 juli 2021

_________________________________________________________________________

De Ovezandse klompenmaker

Tekst, tekeningen  en schilderijen door:© Tom Rentmeester 2021

Als je vroeger zei dat je van Ovezande kwam, was het antwoord:  “O, jie komt uut ’t klompedurp”. Reden dat Ovezande vanaf begin vorige eeuw zo genoemd werd, is het feit dat er hier vele klompenmakers gevestigd waren en als je door het dorp kwam zag je tegen de gevels de klompen te drogen hangen…..

Ik heb hiervan de werkplaats op mijn schilderij afgeleid.  Geschetst: 1-4 stappen uit het handmatige proces. Een klompenmaker kon per dag, handmatig op het “heulblok” gesneden,  in 12 uur tijd (!)  5 tot 6 paar klompen maken (dus 2 uur voor een paar), een erg arbeidsintensief proces dat de klomp ook relatief duur maakte. De opkomende “mechanisatie”, halverwege de vorige eeuw, drong gestaag door, ook bij de klompenmakers Guust en zijn zonen Piet, Rinus en Charles van Steenbergen. In de Hoofdstraat 91-93 werd later de “Machinale Klompenmakerij” van Guust van Steenbergen gevestigd. De fabricage ging nu veel sneller waardoor de kostprijs lager werd, maar de sterk opkomende schoenenindustrie heeft het gebruik van klompen nagenoeg geheel verdrongen. Ik heb vroeger bij “Guust van Steenbergen machinale klompenmakerij”-de betreffende machines nog in de schuur aan de Hoofdstraat zien staan:

Machinale klompenmakerij  Hoofdstraat 91-93 met naambord boven de ramen.

In mijn jeugd op de lagere school, waren er nog wel kinderen die klompen droegen, natuurlijk ook Lou, een zoon van een van de klompenmakers (Charles van Steen-bergen). Als hij iemand een pak slaag wou geven deed hij een klomp uit en begon er mee te slaan en die klappen waren hard! (“Dat voel je op je klompen aan…”).                 

“Ovezandse klompenmaker “ aan het “heulblok”,  situatie ca. 1918, mijn olieverfschilderij op doek 55x45cm.

  De klomp heeft voor Ovezande ook een symbolische betekenis gekregen, zo zijn er “Podium de Klomp”, “Soos de Klomp”, “Klomppop Festival”, in de jaren 70 de dansgroep “De Klompen-dansers” en café “Het Klompenkot” nabij  Borssele.