Ovezande Biodivers

Stichting Werkgroep Ovezande Biodivers

De Werkgroep Biodivers Ovezande

De Werkgroep Ovezande Biodivers is opgericht in 2019. De werkgroep bestaat uit: Tjeu van Mierlo, Nico Terra, Paulus van Staveren, Harrie Claassen, Andre Hannewijk, Rene de Dreu, Femke Deelstra en Loek Menheere. Contact: werkgroepovezandebiodivers@gmail.com

Naar aanleiding van het concept groenstructuur plan van de gemeente verzamelde Tjeu van Mierlo  mensen die geinteresseerd waren om een alternatief, concreet plan voor het herstel van biodiversiteit in Ovezande en omgeving te schrijven, omdat de verscheidenheid aan planten en dieren steeds minder wordt. Sinds 2019 is de werkgroep gegroeid naar 8 vrijwilligers uit Ovezande. Zij zijn actief met maatregelen om biodiversiteit te bevorderen en biodiversiteitsverlies tegen te gaan. De Werkgroep Ovezande Biodivers heeft als doel het bewust maken, inspireren en verbinden van mensen en (markt)partijen met als gezamenlijk einddoel het herstel van de biodiversiteit ten behoeve van een rijke natuur, een gezonde leefomgeving en een goed welzijn. De Werkgroep Ovezande Biodivers tracht haar doel onder meer te bereiken door het realiseren van projecten die bijdragen aan het biodiversiteitsherstel in het buitengebied en de bebouwde kom van Ovezande. De werkgroep werkt aan biotoopherstel, geeft adviezen, en verricht verder alle handelingen die daarmee in de ruimste zin verband houden.

Deze groep is voor u interessant als u liefhebber bent van de natuur of als u zich betrokken voelt bij het wel en wee van flora en fauna in Ovezande en omgeving. We maken ons niet alleen zorgen over het verlies aan biodiversiteit maar ook over het veranderende klimaat. Samen met andere dorpsbewoners hebben we al verschillende, praktische initiatieven genomen. De Werkgroep Ovezande Biodivers ( allen vrijwilligers ) wil graag in contact komen met gelijkgestemde mensen uit Ovezande en omgeving, om samen informatie te delen, ervaringen uit te wisselen, en concrete stappen te zetten om de biodiversiteit te verhogen. Wij willen dat doen door een besloten groep ( community ) te maken over de werkzaamheden van de Werkgroep Ovezande Biodivers, waarbij geïnteresseerden een verzoek tot lidmaatschap moeten indienen. Alleen leden kunnen zien wie lid is van de groep, en kunnen bekijken wat de andere leden plaatsen. De werkgroep heeft in overleg een plan voor Ovezande opgesteld om met speciale natuurprojecten de biodiversiteit te verhogen en om ons aan te passen aan de klimaatverandering.

De projecten zijn ook opgenomen in het groenstructuurplan van de Gemeente Borsele. Er wordt  gekeken naar de samenwerking met eigenaren, mogelijke partners,  financiers in samenhang met reeds lopende projecten, zoals het bijenproject van de gemeente Borsele,  en het dijkenherstelproject van de terrein beherende organisaties, het bomenproject van de ZMF en de uitvoering van de provinciale bosvisie.

Groenstructuurplan Ovezande

Een lokaal antwoord op herstel van biodoversiteit                                          

Op het verlies van biodiversiteit  probeert de Werkgroep Ovezande Biodivers een passend, lokaal antwoord te vinden. Daarom heeft zij  een projectenplan opgesteld, met natuur en groen als hulp- en herstelmiddelen. Het leunt op de inzet van actieve burgers en samenwerkende partners (overheden en (natuur)organisaties).  In het plan wordt niet alleen met groen en natuur gekoppeld, maar ook met functies (leefbaarheid, gezondheid, recreatie, sociale cohesie, en educatie.) Het plan van Ovezande, met een 16 – tal kernprojecten, is inmiddels door de gemeente Borsele in haar concept – groenstructuurplan opgenomen.  Met al die initiatieven beoogt de Werkgroep Ovezande biodivers een groene, biodiverse en klimaatbestendige leefomgeving voor Ovezande. De boodschap is;  biodiversiteitsverlies tegengaan en biodiversiteitsherstel realiseren.

  • Ecospot Naaldendijk ( voor struweelvogels en wollige distel )
  •  Ecospot vijver bouwterrein ten westen van Ovezande ( Robuuster maken van de vijver voor meer biodiversiteit en realisatie van een vissteiger voor  de jeugd  van Ovezande.)
  • Ecospot vijver ten westen van sportpark.
  • ( maaibeheer voor wilde bijen / biotoop voor rugstreeppad )
  • Ecospot  zwaluw – drinkpoel bij boerderij  “Witte Hoeve “ van Wicky  Wolff .
  • Ecospot vlinderidylle.Op  braakliggend terrein van dhr. Hopmans. Ingang Bloemenstraat  ( gerealiseerd )
  • Biodivers tuinieren in Ovezande ( vlinder – en insectenvriendelijke tuinen stimuleren )
  • Rooneusdijk – voetbalveld ( aanplant bomen en struweel )
  • Bouwterrein  Notenwei en bij Sportpark. ( Biodivers inrichten iom de gemeente Borsele)
  • Meidoornhaag grasland Groenedijk – Oud Ovezandseweg.
  • Struweel – en Bomenaanplant Groenedijk
  • Natuureducatie a/d leerlingen van de basisschool “de Sandplaete “ via activiteiten in de vlinderidylle.
  • Biodivers  moestuinieren .
  • Gefaseerd maaibeheer door de Gemeente Borsele in Ovezande.

Klimaat

  • Voedselbos ( bouwland ten zuiden van de Bloemenstraat. )
  • Biodivers wandelbos  Groenedijk / Noldijk

Ommetjes

  • Akkerpad Ovezande Zuid
  • Witte Hoeve ommetje  ( houtsnipperpad  Plataanweg – vlinderidylle – witte Hoeve)
  • Ommetje Groenedijk – Noldijk

Wat is biodiversiteit

Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, geografisch gebied of de gehele planeet. … Een veelgebruikte maat voor biodiversiteit van een gebied is de soortenrijkdom van een bepaalde groep soorten (zoals planten, vogels, algen).

Biodiversiteit en ecosystemen.

Biodiversiteit is de enorme variatie in het leven, van bacterie tot regenwoud. Maar het gaat niet alleen over het aantal verschillende soorten planten, dieren en schimmels. Het gaat ook over de hoeveelheid individuen van een plant- of diersoort. Al die verschillende planten, dieren en schimmels leven met elkaar samen in wat we een ecosysteem noemen. Als de biodiversiteit hoger is, is het ecosysteem robuuster en kunnen planten en dieren er gemakkelijker overleven. En een robuust ecosysteem kan zich beter aanpassen aan bijvoorbeeld de klimaatverandering. Robuuste ecosystemen zijn ook van belang voor de mens. Ons leven en onze economie zijn afhankelijk van natuurlijke bronnen: voedsel, hout, mineralen, water en medicijnen komen allemaal uit de natuur. Een biodivers ecosysteem helpt bovendien bij het voorkomen van ziekten en plagen die schade kunnen toebrengen aan deze natuurlijke bronnen.

Biodiversiteit en de mens.

Als het slecht gaat met de biodiversiteit, raakt dat niet alleen planten en dieren, maar ook de mens. Wereldwijd worden 1 miljoen plant- en diersoorten met uitsterven bedreigd. Die sterke afname wordt voor een groot deel veroorzaakt door de mens. Intensieve landbouw, ontbossing, vervuiling, overbevissing en klimaatverandering zorgen ervoor dat we verkeren in een wereldwijde biodiversiteitscrisis.

Van 1970 tot nu:

  • Zijn populaties wilde dieren over de hele wereld met gemiddeld 68 procent in omvang afgenomen (in Latijns-Amerika en de Caraiben is dit zelfs 94 procent).
  • Zijn populaties van zoetwaterdieren met gemiddeld 84 procent afgenomen in omvang.
  • Is 75 procent van het ijsvrije landoppervlak op aarde door de mens aangetast.
  • Is 85 procent van de waterrijke gebieden verloren gegaan.
  • Wordt nog maar 13 procent van de oceanen gezien als ‘wildernis’ die niet direct beïnvloed wordt door mensen.
  • Wordt een derde van het eten dat geproduceerd wordt, nooit opgegeten.
  • Wordt 30 procent van het hele landoppervlak van de aarde gebruikt voor landbouw.

Biodiversiteit in Nederland.

Nergens in Europa gaat het zo slecht met de biodiversiteit als in Nederland. Momenteel is er nog maar 15 procent over van de inheemse planten- en diersoorten die we in 1900 in ons land hadden. Ter vergelijking: het Europese gemiddelde ligt op 40 procent.

Weinig leefruimte door intensieve landbouw.                                                      

Nederland is van oudsher een land met een diverse natuur: kust- en waddengebieden in het Westen en Noorden, lage veengebieden in het Noorden en Oosten en losse zandgronden in het Zuiden. Bij elk leefgebied horen unieke planten en dieren die van het diverse landschap afhankelijk zijn. Door de eeuwen heen is het Hollandse landschap volledig veranderd. Tegenwoordig is er weinig ongerepte natuur meer over. Slechts 14 procent van het landoppervlak bestaat uit natuur- en bosgebied. Daarmee behalen we de een-na-laatste plek in Europa. Alleen Duitsland doet het nog slechter. 

Sinds de Middeleeuwen heeft landbouw het landschap bijna volledig bepaald. Vandaag de dag wordt twee derde van het landoppervlak gebruikt door agrariërs. Dat is niet zo gek, want Hollandse boeren horen tot de productiefste van de wereld. Maar de natuur betaalt hiervoor de prijs. Juist in deze landbouwgebieden gaat het slecht met de biodiversiteit. Als je nu naar het Groene Hart kijkt, zie je weilanden. Vroeger bestonden die uit een grote variatie kruiden, verschillende soorten gras, er stond een boom in het midden. Het boerenland is allang geen walhalla meer voor weidevogels, bloemen en insecten. De akkers zijn tegenwoordig groen, stil en monotoon en er zijn nog maar weinig bestuivers te vinden.

Vermesting en verzuring van de bodem door stikstof  

De grootste bedreiging voor de natuur is een (te) hoge concentratie stikstof. Sinds de jaren 50 is de hoeveelheid stikstof in het milieu verdubbeld. Dit komt voor het grootste deel door de uitstoot van stikstofgassen vanuit de veehouderij in de vorm van ammoniak en door uitspoeling van stikstof uit de bodem naar het oppervlaktewater. Wanneer grote hoeveelheden stikstof in de natuur terechtkomen zorgt het voor de verzuring en verschraling van de bodem. Dit heeft effect op de hoeveelheid en het soort planten die op deze grond kunnen groeien. Zo overwoekeren stikstofminnende planten als brandnetels en bramen onze heide- en duingebieden, waar de stikstofgehaltes normaal gesproken erg laag zijn. Veel zeldzame planten gaan daardoor verloren. Als gevolg hiervan worden ook de dieren, zoals bijen, vlinders en andere insecten, weer geraakt. Zij vinden minder eetbare planten en sterven uit. Het hele ecosysteem raakt op deze manier uit balans.

Snelle afname biodiversiteit in Nederland

In Nederland liep de biodiversiteit in de vorige eeuw veel sneller en sterker terug dan in de rest van Europa. Plant- en diersoorten namen af in aantallen soorten en individuen. Steeds meer plant- en diersoorten belanden op de zogenaamde ‘Rode Lijst van bedreigde soorten’. Veel van deze soorten gaan nog steeds onverminderd achteruit. Daarbij zitten veel voor ons land karakteristieke soorten, waarvoor we een grote verantwoordelijkheid hebben. Sommige soorten komen vrijwel alleen in ons land voor, zoals de Noordse woelmuis of de grote vuurvlinder. Voor sommige soorten is de Nederlandse delta als bijzondere ‘schakel’ van groot belang, zoals voor trekvogels als de grutto. Daarom heeft Nederland een belangrijke taak, ook in Europa, om zich in te zetten voor behoud van de biodiversiteit.

Meer ruimte voor natuur in Nederland

De Werkgroep Ovezande Biodivers maakt zich grote zorgen over de achteruitgang van de biodiversiteit. Nederlandse overheid in opdracht van Europa heeft aan ruim 160 natuurgebieden in ons land een bijzondere beschermingsstatus toegewezen: Natura 2000. Bescherming van deze natuurgebieden is van groot belang, maar als we de achteruitgang van biodiversiteit willen stoppen, is meer nodig. Onlangs heeft Nederland zich gecommitteerd aan 30% beschermd landoppervlak in 2030, maar om dat doel te realiseren is nog veel politieke daadkracht nodig. We zijn nu nog bezig om oude doelen te realiseren. Zo werd in 1990 besloten om in Nederland de ‘Ecologische hoofdstructuur’ te realiseren: een netwerk van onderling verbonden natuurgebieden. Die ambitie werd in 2013 teruggebracht tot een veel bescheidener plan; het Natuurnetwerk Nederland. De realisatie van dit ‘uitgeklede’ natuurnetwerk loopt fors achter op schema. Het lukt in Nederland, kortom, nog niet eens om verouderde doelen te halen, terwijl we weten dat er nóg meer nodig is.

Om die grote ambities te realiseren moet natuur een zaak van ons allemaal worden. Ecologie en economie moeten beter op elkaar aansluiten. Wanneer we de waarde van onze biodiversiteit (er)kennen is het versterken ervan een logische keuze. Soms is het inzichtelijk om dat in economische waarde uit te drukken. Zo is alleen al de rol van bijen bij bestuiving van land- en tuinbouwgewassen goed voor een bijdrage van één miljard euro per jaar aan de Nederlandse economie. Ruimte voor natuur is vaak goed te combineren met andere opgaven in het buitengebied, zoals het behalen van klimaatdoelen of waterveiligheid. Denk aan het aanplanten van nieuwe bossen – hiermee realiseren we enerzijds meer natuur en leggen we tegelijkertijd meer CO2 vast. Of klimaatbuffers: gebieden waar de natuur water kan opvangen en vasthouden, waar het water kan wegzakken of op natuurlijke wijze kan wegvloeien. Hierdoor groeien ze mee met klimaatverandering. Ze maken Nederland veiliger, mooier én dragen bij aan herstel van natuur en biodiversiteit.

Dat het verbinden en vergroten van de natuur helpt bij herstel van de biodiversiteit, maken diverse voorbeelden duidelijk. De otter is na 30 jaar weer gesignaleerd in de Vechtplassen. In de Zwaakse Weel (Zuid-Beveland) keren zeldzame vogels zoals het baardmannetje en de kleine karekiet weer terug. Het Natuurnetwerk Nederland is nodig om de afname van biodiversiteit te kunnen stoppen, maar dat is uiteindelijk slechts 17 procent van ons landoppervlak. Om de biodiversiteit te herstellen en te versterken is het absoluut noodzakelijk dat planten en dieren ook buiten beschermde natuurgebieden weer meer leefruimte krijgen.

Samenwerking

De natuur begint bij ieders voordeur, als we haar de ruimte geven. Tegelijkertijd zien we dat ruimte schaars is en dat er steeds minder regie op gebruik van die ruimte is vanuit de overheid. Bovendien heeft wat er gebeurt búiten natuurgebieden vaak negatieve impact op die natuurgebieden zelf. De afname in biodiversiteit wordt in ons land voor een belangrijk deel veroorzaakt door intensivering en schaalvergroting in de landbouw. Denk aan het intensieve gebruik van pesticiden, onttrekking van grondwater of de uitstoot van stikstof. Daarom wordt gepleit voor een inrichting van ons landschap die natuurinclusief is en werken we samen met andere ruimtegebruikers: boeren, bouwers, waterschappen, milieuorganisaties. Met hen werken we aan schone lucht, zuiver water en een gezonde bodem. Dat is nodig voor de natuur en voor de gezondheid van mensen. We pionieren en polderen: soms heel concreet in een gebied zoals bijvoorbeeld bij Rotterdam de Boer op, en soms om beleid- en regelgeving te veranderen, zoals in een akkoord om de stikstofuitstoot versneld terug te dringen. Altijd met als doel de biodiversiteit in Nederland te versterken.

Om ernstigere gevolgen te voorkomen, moeten we nú actie ondernemen om de natuur te behouden en herstellen, zeggen activisten. Bending the curve, noemt het WWF dit. Volgens de organisatie is er voor het ombuigen van deze ontwikkeling een combinatie nodig van extra behoud, duurzame productie en duurzame consumptie. Hiermee komt de verantwoordelijkheid bij zowel overheden en bedrijven als bij burgers te liggen.

Bescherming bijen en andere bestuivers.

Het aantal (wilde) bijen, vlinders, zweefvliegen en andere bestuivende insecten daalt wereldwijd. Van de 360 soorten bijen in Nederland dreigt meer dan de helft te verdwijnen. De Rijksoverheid neemt maatregelen om de bijensterfte en daling van alle bestuivers uiterlijk in 2030 te stoppen.

Bestuiving belangrijk voor voedselvoorziening en biodiversiteit                                     Insecten zijn nodig om het stuifmeel van de ene bloem naar de andere te brengen. Veel voedselgewassen en planten kunnen zich daarna pas voortplanten of vruchten krijgen. Bestuiving is nodig voor meer dan 75% van de voedselgewassen, vooral groenten en fruit.    In de natuur heeft meer dan 85% van de wilde planten bestuiving nodig. Insecten zijn daarom van belang voor de land- en tuinbouw. Appels, peren, aardbeien en tomaten groeien bijvoorbeeld veel beter als ze door verschillende insecten bestoven zijn.

Aantal bijen gaat wereldwijd achteruit 

Nationaal en internationaal zijn er zorgen over (wilde) bijen. Nederland kent 360 soorten bijen. Maar meer dan de helft van de wilde bijensoorten dreigt te verdwijnen. Zij staan op de  “nationale Rode Lijst Bijen  “.Met de ‘Rode Lijst Nederlandse bijen’ houdt de Rijksoverheid het aantal wilde bijen in Nederland in de gaten.

Minder bijen door te weinig voedsel en nestgelegenheid. De grootste bedreiging voor de wilde bij is gebrek aan voedsel en nestgelegenheid. Dit is een direct gevolg van:

  • de intensieve grootschalige landbouw;
  • de verstedelijking;
  • het strakker en efficiënter beheer van het openbare groen. Bijen hebben bloemen nodig. Die vinden ze bijvoorbeeld te weinig op gazons.

Tegengaan afname bijen met NationaleBijenstrategie. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de “Nationale Bijenstrategie voor behoud en groei van de bijenpopulatie “gemaakt. Natuurbeschermingsorganisaties, bedrijven, onderzoeksinstituten, land- en tuinbouworganisaties en semioverheden zijn nauw betrokken bij de strategie. Zij werken met elkaar aan meer dan 100 plannen die bijdragen aan het behoud van bijen en andere bestuivers. Aantal bijen en bestuivers in 2030 minimaal stabiel. Het aantal bijen en andere bestuivers in Nederland moet in 2030 niet kleiner geworden zijn. Of zelfs gegroeid zijn. In 2023 laat LNV de aantallen tellen om te meten of het aantal bestuivers groeit. In 2030 is er weer een telling om te meten of het doel van de Nationale Bijenstrategie behaald is.

 

Maatregelen voor meer bijen en bestuivers.

  • Versterking leefomgeving wilde bijen op het land en in de stad
    Denk hierbij aan de aanleg van meer velden, parken en tuinen met inheemse bloeiende bloemen, planten en struiken. Bijvoorbeeld met klaver, bijenbomen of winterlinden. Door meer los zand, onverharde paden en rommelige hoekjes kunnen bestuivers hun nesten ondergronds bouwen. Deze maatregelen moeten vooral gemeenten, provincies en waterschappen uitvoeren. Maar ook boeren en tuinders die hun bedrijven, akkers en erven bijvriendelijk inrichten.
  • Goed opgeleide imkers
    Voor de honingbij is het belangrijk dat de imkers goed zijn opgeleid. Als imkers weten hoe honingbijen gezond blijven, kunnen zij de bijenpopulatie beter beschermen tegen ziekten en plagen.
  • Duurzame gewasbescherming in land- en tuinbouw
    Het is bijvoorbeeld al verboden om schadelijke middelen voor gewasbescherming te gebruiken op aantrekkelijke gewassen voor bijen