Geschiedenis

MUZIKAAL OVEZANDE

Deel 1 Tekst door: Tom Rentmeester 2021

“The Village Tunes” 1946.  Vlnr: Jan Koens, Leentje Boonman, Piet Goense, Ko Booman en Kees Oostdijk. Vier gitaren en een accordeon bespeeld door Ovezandenaren. Ze speelden voor dansavonden en feestjes op het dorp. Het mocht eindelijk weer na de bevrijding…..!

De Ovezandse fanfare                        Muziek in ons gezin 1958. Vlnr: Riet, Tom, Rinus en Bas

Ovezande was een muzikaal dorp, bezat kerkkoren, een fanfare en diverse hobby-muzikanten die puur voor hun plezier speelden. Kapper Bernard Vermeulen speelde piano en klarinet (in de fanfare), Bertie Goense accordeon en piano, Frans van Steenbergen accordeon, Kees Boonman orgel enz. Ook bij ons thuis was het een en al muziek: Zus Riet speelde gitaar evenals ikzelf, Harry en Jos. Bas drumde en speelde accordeon en orgel net als Harry en Rinus was de leadzanger. In 1957 kwam de bandrecorder in ons gezin en van de muziek van radio en grammofoonplaten werden banden opgenomen die bij tienerfuifjes de nieuwste singles van die tijd lieten klinken.

Rinus (zang) en Bas Rentmeester (drums) richtten in 1959 de Ovezandse rock and roll band “The Rockets” op samen met Bertie Goense (piano / accordeon) en Nico Morauw (niet op de foto, saxofoon). Later kwamen Kees Martens (gitaar) en Rinus Rijk (trompet) er nog bij.

Rinus Rentmeester beschikte al over een geluidsinstallatie (versterker, microfoon en luidsprekerboxen, bandrecorder en platenspeler met een uitgebreide singles-collectie). Het was in de tijd dat Bill Hayley’s “Rock around the clock”, Rocco Granata’s “Marina”, “Down by the riverside”, “the Cottonsong”, “Alleen maar Dixyland-Jazz” etc. hoog in de hitlijsten scoorden. We hadden thuis in 1957 al televisie en Bill Hayley and his Comets in een boksring met een levende haan op de touwen via een Duitse televisiezender zien spelen. Dit was sensationeel en dè muziek die “the Rockets” wilden gaan brengen aanvankelijk voor de R&R-dansavonden in Ovezande.  Een oud drumstel werd opgeknapt en uitgebreid, waarvoor de plaatselijke smederijen de statieven in elkaar lasten (want er waren hier op ZB nog geen muziekwinkels die dat in hun assortiment voerden) .De Ovezandse huisschilder Joop Uitterhoeve zette met sierlijke zwarte letters de naam “The Rockets” op het basedrumvel.  Er werd geoefend ’s-avonds bij Bertie Goense thuis en ik (12 jaar) mocht wel eens mee om te luisteren. De gespeelde nummers werden met de bandrecorder opgenomen en beluisterd voor eventuele verbeteringen. Bertie Goense speelde piano en accordeon in “the Orpheans” (big band voor dansmuziek) en kende zodoende “de kneepjes van het vak” bij dansoptredens.

The Rockets hebben een paar jaar (periode 1960-1962) optredens verzorgd in Ovezande bij dansavonden voor de jeugd, fuiven en carnaval, gewoon in de plaatselijke cafés. Nico Morauw zat vol humor en speelde op de saxofoon bij z’n solo’s eigenlijk maar 2 verschillende noten, maar de shows die hij daarbij bracht waren legendarisch. Hij zakte al spelend met de saxofoon door z’n knieën en op z’n rug liggend met de benen omhoog…. Hij ontving daarna een daverend applaus. Ja, dat was “echte” Rock and Roll !

                                                                                                (wordt vervolgd)

_________________________________________________________________________

HOEFJES “SPULLETJES” RONDOM OVEZANDE

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Mijn olieverfschilderij Lage wegje te Nisse 1912 met mijn oma en opa Merien Vroonland

Ovezande ligt in het prachtige “groene hart” van de “Zak van Zuid-Beveland”, rondom het dorp lagen vele grote maar ook kleine boerderijen (“spulletjes”). Vanaf de Groenendijk via “de Brilletjes” en langs “de Grote Weel” kom je in het “Lage wegje” waar mijn moeder is geboren…… Het boerderijtje werd in 1912 gebouwd door de timmerman Sean Chameleau uit Kwadendamme (zat in de familie van Vroonland), hiervan staan er diverse uitvoeringen (soms gespiegeld). Ook in de Plataanweg staat zo’n soort hoefje (Els en Jaap Rentmeester).

Als je langs de Grote Weel kwam zag je vroeger altijd wel iemand die aan het vissen was.Het schilderij stelt een situatie voor van rond 1912, een voorbeeld van een klein boerderijtje waarvan er rondom Ovezande veel stonden.

Ze waren kleinschalig maar grotendeels zelfvoorzienend wat voedsel betreft. Opa had enkele hectaren land, een kleine veestapel, een Zeeuws trekpaard om de ploeg te trekken, wat kippen, een varken, een waakhond en een kat tegen de muizen.  In het veld kwam je vaak hazen, patrijzen, fazanten en eenden tegen…. alles was één met de natuur

De door mij in ZB-klederdracht geschilderde visser (boven) ving daar voornamelijk “voerk (voorn) , stekelbaars en pilk (paling)”. De pachter van deze weel was Jantje de Mol, daar moest je een visvergunning kopen. Ik heb er in mijn jeugd (lagere school tijd) vaak gevist en zat dan in zo’n “troenkboam” (knotwilg) boven het water. De vangst brachten we naar de bakker (Willem Remijn op Ovezande ), want die lustte graag vis, en daar kregen we dan overgebleven gebak voor uit de naastgelegen diepvriescentrale (in de Dreef Ovezande)…..

   

Opa Vroonland met knop-accordeon. Mijn broer Bas speelt hier als 9-jarige op deze accordeon. Op de foto vlnr: Mies Eggermont, Tom (ikzelf) en Robby, daarachter:  Hans, Bas Riet en Gretha Rentmeester (van ome Bas). De muziek werd “met de paplepel ingegoten”  

Opa Merien Vroonland speelde op de-accordeon snelle Franse musetten, hoe bijzonder moet dat geweest zijn in een tijd dat er nog nauwelijks radio’s waren. Pas in 1965 is hier elektriciteit en waterleiding aangelegd, we dronken er voorheen thee van gezeefd en gekookt water uit de regenbak en die speciale smaak vergeet je nooit meer.

Oma Meriete Boudens voert hier de kippen, ze riep dan “Tjoek, tjoek, tjoek” een fietsende voorbijganger riep eens: “Dan mò’j kraauwe!”. Elke week kwam een eierhandelaar eieren opkopen. Omdat de kippen vrij rondliepen zat er ook wel eens een oud ei tussen, hij was dan achteraf niet blij. De “tentwagen” was “de sportwagen” van die tijd en kwam uit de ouderlijke naastgelegen boerderij van de familie Vroonland (waar mijn opa was geboren, ’t “ouwe oefje” noemden we dat).Hiermee ging men naar de kerk, markt, familiebezoeken etc.  Mijn opa z’n broer Arjaen bleef op deze naastgelegen ouderlijke hoeve wonen (hij was de opa van Adrie Vroonland onze huidige KBO-voorzitter van Ovezande).

In mijn jonge jeugd was deze hoeve in verval geraakt en restte er slechts een ruïne waar we vaak gingen spelen. De kelder met raamkozijn was toen nog deels in tact (op bovenstaande foto met geopend luik te zien), opoe waarschuwde ons hier niet in te vallen. Links op de foto staat mijn opa Merien Vroonland en rechts z’n broer Arjaen bij de tentwagen) . Later heeft de familie Boonman op die plaats een nieuwe hoeve gebouwd en deze is nadien tot een zorgboerderij aangepast (“Windekind”) door de nieuwe generatie Boonman.

Het “spulletje”van mijn grootouders is enkele jaren geleden tevens tot (2e ) zorgboerderij verbouwd en aangekocht door “Windekind” in het Lage wegje. Het heeft daardoor een goede bestemming gekregen in deze prachtige natuurlijke omgeving….

_________________________________________________________________________

EERSTE OFFICIËLE CARNAVAL IN OVEZANDE 1961

Door: Tom Rentmeester 2021

1960                                                             1961 Burgemeester met de “dorpssleutel”

Nadat er in 1960 te Ovezande nog in besloten kring carnaval was gevierd, werd de volgende stap in 1961 gezet: een officieel open carnavalsfeest met overhandiging van de dorpssleutel van Ovezande aan de prins carnaval door de burgemeester Theo Andriessen. Het werd een succes, zoals een stukje met foto in Dagblad de Stem (13 februari 1961 pag. 2) beschreef:

“PRET IN OVEZANDE”  “In de zak van Zuid-Beveland beginnen, vooral onder de katholieke jeugd, de carnavalsvierders “burgerrecht” te verkrijgen. De jeugd in Ovezande heeft zich dit jaar voor het eerst in vastenavondtooi op straat vertoond en afgaande op wat onze fotograaf voor de lens kreeg heerste er waarlijk ongedwongen plezier”.

Piet de Jonge en Rinus Rentmeester namen hierin het initiatief i.s.m. de “JG”-Ovezande (Jeugd Gemeenschap) en de plaatselijke toneelvereniging. Rinus was onder de naam “Prins Ananas 1” de eerste prins carnaval van Zuid-Beveland die symbolisch de “dorpssleutel van Ovezande” door de burgemeester overhandigd kreeg.

Vooraf moest vergunning van de burgemeester op het gemeentehuis worden aangevraagd en die stelde voor dansavonden strenge voorwaarden: zoals aan leeftijd, toezicht, voldoende verlichting, overzicht in de lokaliteit, alcoholgebruik, sluitingstijd etc. Deze waren in 10 voorwaarden beschreven, met de schrijfmachine op een vol A4-papier getypt gericht aan Piet de Jonge (was meerderjarig) en door de burgemeester ondertekend.

Het decor was gebaseerd rond een Zuid-Amerikaans klinkend thema “Santa Cabana”, visnetten met gekleurde lampjes en slingers aan het plafond en verder versierd met zelfgemaakte palmbomen en palmtakken. Het carnavals lied was “Pedro aus Caracas” (in Süd Amerika, handelt mit Ananas etc./  Vico Torriani 1957)” Ook de leden van band die voor de muziek zorgden “The Rockets” (Bertie Goense, Bas Rentmeester , Nico Morauw en Kees Martens) hadden speciale feestkleding aan met een extra hoge feesthoed, alles was tot in perfectie voorbereid door de Ovezandse jeugd.

Prins Ananas 1 werd in een versierd wagentje van de lagere school door de Hoofdstraat naar het gemeentehuis vervoerd, onder luid kabaal van de Ovezandse jeugd. Voor het gemeentehuis overhandigde burgemeester Andriessen de gemeentesleutel voor de carnavalsperiode aan de prins. Daarna begaf de hossende stoet zich naar het Kerkplein waar nog een rondje gemaakt werd en dook dan het café van Verbeek in waar het feest werd voortgezet.

Ook wat jeugd van omliggende dorpen was komen kijken, waaronder Albert Rijk die het opvolgende jaar het carnaval in ’s-Heerenhoek van de grond kreeg….daar waren de aanwezige accommodaties (veel cafés een grote zaal “de Jeugdhoeve”) en een groot publiek heel wat gunstiger: het carnaval groeide daar uit tot een jaarlijks festijn.

_______________________________________________________________________

AAN HET TREINSTATION DRIEWEGEN-OVEZANDE

Deel 2                            Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Situatie ca. 1980: de rails liggen er nog, de pakhuizen staan leeg: links vooraan “Gebr. Rentmeester”, daarachter “vd. Gughte” en op het eind “J.F. de Jonge”. Het “stationnetje” is bewoond door fam. Koens.

In 1946 werd het stenen pakhuis gebouwd op het tegenover het treinstation DWO gelegen NS-terrein. De NS verhuurde deze percelen aan potentiele bedrijven die gebruik maakten van transport met de spoorwegen. Het was net na de oorlog erg moeilijk om aan bouwmaterialen te komen, daarom werd er gezocht naar nog bruikbaar materiaal van door de oorlog vernietigde gebouwen.

Zo kwamen de stalen balken voor de binnen-constructie uit het zwaar beschoten Antwerpen, hierin zijn nog de granaatinslagen te zien.
In 1947 werd de firma “Gebr. Rentmeester” officieel opgericht en ingeschreven. Cees Rentmeester (op het schilderij links met hoed) deed de verkoop en Bas de inkoop van de agrarische producten (uien, vlas, graan en aardappelen). Ook hun broers Engel, Jan, Rinus en Janus hielpen mee in het pakhuis, het waren dus in het begin 6 broers die samenwerkten met een aantal losse arbeiders. Het was zwaar werk (een mudzak woog 80 kg en werd op de rug gedragen) er was geen sanitair of kantine aanwezig en het stoof erg.

1983 Inspiratie tot het maken van een schilderij.     Platte grond met plan voor “het koelhuis”

De aardappel-sorteermachine “Campfens”- (uit Middelharnis) stond opgesteld tegen de linker muur in het pakhuis. Op onderstaande tekening komen de aardappelen links binnen en worden door de “jakobsladder” omhoog gebracht naar de schudzeven. Daar worden ze op grootte gesorteerd, eerst wordt de kleine kriel afgescheiden, vervolgens de middelmaat en daarna gaan de grote door naar de grote sorteerband. Daar staan aan iedere kant 3 tot 4 personen te sorteren en gooien de slechte / afkeur in de tarra-bak die naar de zijkant in 2 zakken tegelijk worden verzameld voor veevoer. Aan het einde van de leesband komen de goedgekeurde grote aardappels in 2 bakken waaraan elk 2 zakken hangen. In het midden van de grote sorteerband hangt een touw waar men belsignalen kan geven naar degene die voor de aanvoer zorgt (start-sneller-langzamer-stop), meestal de chauffeur van de vrachtwagen of tractor. Onder de tekening van de sorteermachine staat een foto afgebeeld van de kop van de leesband (rechts) , daar hangt een vierkante “waaier” met maatstandaarden waarin vierkante gaten en een bijbehorend nummer om de grootte van de aardappels te controleren. Op het schilderij heeft mijn vader dit in zijn rechterhand.

De sorteermachine was een dure investering en werd zorgvuldig onderhouden: elk jaar uit elkaar, schoongemaakt / gesmeerd, versleten onderdelen vervangen en de ombouw geheel opnieuw in aluminiumkleur geschilderd.                                                                                                                                 

                                                                                                             (wordt vervolgd)

_________________________________________________________________________

DE R.K. KERK TE OVEZANDE

Tekst en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Behalve de Hervormde kerk heb ik ook de Rooms-Katholieke kerk van Ovezande geschilderd (in de oude situatie van ca. 1900, dus nog zonder toren (olieverf op paneel 30×25 cm). De RK-kerk werd rond 1860 gebouwd, er bestaat nog een oude zwart-wit foto uit 1904 hiervan, maar ik zie het graag wat levendiger en in kleur….

De originele foto uit 1904 met op de voorgrond links langs de kerk een lange hoge heg en onder het linkse raam van de voorgevel is het bovenste gedeelte van de “pisbak” net zichtbaar (met de witte rand). In de nok een bouwwerk met galmgaten waarachter een kleine klok hing…..

De situatie rond 1950, de toren is erop gezet na 1906 tijdens de bouw van de pastorie. Ook is de kerk uitgebreid, aan de achterkant is een stuk bijgebouwd voor het “koor” (met altaar) en een uitpandig biechthuisje. Voor de kerk de kleuterschool en daarvoor de woning van de koster.

Als katholiek geboren Ovezandenaar werd je hier gedoopt, ging er naar de kleuterschool en de lagere school, deed je eerste en plechtige communie en als je tenslotte met een katholiek meisje uit Ovezande trouwde, werd het huwelijk ingezegend in deze kerk “Maria ten Hemelopneming”. In de 50-er jaren was de maatschappij nog sterk verzuild: katholieken stemden op de KVP, lazen “dagblad de Stem” en het weekblad de “Katholieke Illustratie”, kochten boodschappen / inkopen bij een katholieke winkel / ondernemer en voor de protestanten gold het omgekeerde. Toch leefden protestanten en katholieken gemoedelijk naast elkaar sinds de wettelijke scheiding van staat en godsdienst.

Toen ik in de 4e klas van de LS zat, ging ik in het jeugdkoor “Pius X” net als een aantal andere jongens van school, dan ging je wel gemotiveerd naar de kerk. In 1957 was er een groot “priesterfeest” (Parochiaan Piet Boonman was tot priester gewijd) en zong het jeugdkoor meerstemmig met het mannenkoor het “Transeamus” tijdens de dienst o.l.v. dirigent Heijblok uit Goes, hiervan zijn nog geluidsbanden bewaard gebleven.

Foto links: De eerste communie was een feest in het dorp, vooral de meisjes zagen er in hun communie-jurk prachtig uit. Linksvoor Mies Eggermont en rechts mijn zusje Riet voor onze woning Dreef 5 in 1952

Foto rechts: Het schilderij in een situatie omstreeks 1904 met een in ZB-klederdracht paartje en een boer op een houten fiets (het muurtje links is de zijkant van de “pisbak”, want sommigen kwamen van ver, maar ik weet niet hoe de dames dit deden…..).

Plechtige communie 1955, vlnr: Jo Boonman, Corry Goense, Gretha Rentmeester, Sjaan Rentmeester, Corry de Jonge, Nellie Vermeule, Nellie Raas en Mies Eggermont.

_________________________________________________________________________

DE HERVORMDE KERK EN GEMEENTE-HERBERG

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Als je Ovezande vanuit richting ‘s-Gravenpolder door de Hoofdstraat binnenkomt, dan zie je de twee oudste gebouwen van het dorp staan: links de voormalige hervormde kerk en op het eind de gemeente-herberg . De kerk had oorspronkelijk nog een zijbeuk en was katholiek. Door de reformatie werd deze hervormd (de katholieke godsdienst werd wettelijk verboden). Links voor de hervormde kerk stond in mijn tijd de “Christelijke school” (protestants) en het viskot was in 1947 al afgebroken. Deze school had een gymlokaal en daarvan maakte de katholieke lagere school in de 50-er jaren ook gebruik, evenals het daarachter gelegen pleintje voor buitenoefeningen tijdens de gymles. Op het driehoekig grasveldje voor Hoofdstraat 7 (de boerderij van Basje Rijk) speelden we slagbal, voetbal etc.

In de buurt van dit centrum vestigden zich bedrijven en vele winkels. Hierboven in een luchtfoto van 1963 globaal aangegeven: onderaan kom je vanaf ’s-Gravenpolder het dorp binnen en gaat dan op de T-splitsing recht op de herberg / café Verbeek af.  Op het Kerkplein hield men marktdagen en kermissen, in de gemeente-herberg bruiloften en partijen, toneelstukken, biljart- en boogschiet-wedstrijden, vergaderingen enz.

Nog in de 50-tot in de 70-er jaren had dit café (tevens hotel-restaurant) een hele belangrijke sociale functie, ook voor de jeugd. Het café werd in mijn jeugdjaren gerund door Jos Verbeek met haar zonen Willy (was klasgenoot en speelkameraad van mij op de lagere school) en Bas (was een paar jaar ouder en bevriend met mijn broer Hans). Hun vader overleed al vroeg en Jos Verbeek zette de zaak zelfstandig voort waarbij Neeltje de Meij en zo nodig Willy en Bas op wat latere leeftijd meehielpen. Er stond in het café een prachtige “Seeburg” jukebox met goede rock-‘n-roll muziek: Jerry Lee Lewis, Fats Domino, Buddy Holly, Elvis, Cliff Richard, Little Richard, the Rolling Stones etc. De Ovezandse jeugd kwam hier in het weekend vaak samen (voornamelijk jongens, meisjes deden dat toen nog niet zo). Het “bruine café” had een gezellig “grotachtig” interieur door een natuursteen-behang. Er stond ook een flipperkast en een biljart, er werd gekaart en gedobbeld en, zoals in elk café, “sterke verhalen verteld”. Tijdens de kermis draaide er buiten, tegen de open/verwijderde ramen zodat het geluid naar binnen ging, een draaiorgel. Soms waren er dansavonden met livemuziek ook voor verenigingen, want die waren er wat (te veel om hier te noemen). Er is in 1961 in dit café het eerste officiële carnavalsfeest in de zak van Zuid-Beveland gevierd, met sleuteloverdracht door toenmalige burgemeester van Ovezande Theo Andriessen  (leuk onderwerp om een volgend artikel over te schrijven….).

_________________________________________________________________________

DE OVEZANDSE KLOMPENMAKER

Tekst, tekeningen  en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Als je vroeger zei dat je van Ovezande kwam, was het antwoord:  “O, jie komt uut ’t klompedurp”. Reden dat Ovezande vanaf begin vorige eeuw zo genoemd werd, is het feit dat er hier vele klompenmakers gevestigd waren en als je door het dorp kwam zag je tegen de gevels de klompen te drogen hangen…..

Ik heb hiervan de werkplaats op mijn schilderij afgeleid.  Geschetst: 1-4 stappen uit het handmatige proces. Een klompenmaker kon per dag, handmatig op het “heulblok” gesneden,  in 12 uur tijd (!)  5 tot 6 paar klompen maken (dus 2 uur voor een paar), een erg arbeidsintensief proces dat de klomp ook relatief duur maakte. De opkomende “mechanisatie”, halverwege de vorige eeuw, drong gestaag door, ook bij de klompenmakers Guust en zijn zonen Piet, Rinus en Charles van Steenbergen. In de Hoofdstraat 91-93 werd later de “Machinale Klompenmakerij” van Guust van Steenbergen gevestigd. De fabricage ging nu veel sneller waardoor de kostprijs lager werd, maar de sterk opkomende schoenenindustrie heeft het gebruik van klompen nagenoeg geheel verdrongen. Ik heb vroeger bij “Guust van Steenbergen machinale klompenmakerij”-de betreffende machines nog in de schuur aan de Hoofdstraat zien staan:

Machinale klompenmakerij  Hoofdstraat 91-93 met naambord boven de ramen.

In mijn jeugd op de lagere school, waren er nog wel kinderen die klompen droegen, natuurlijk ook Lou, een zoon van een van de klompenmakers (Charles van Steen-bergen). Als hij iemand een pak slaag wou geven deed hij een klomp uit en begon er mee te slaan en die klappen waren hard! (“Dat voel je op je klompen aan…”).                 

“Ovezandse klompenmaker “ aan het “heulblok”,  situatie ca. 1918, mijn olieverfschilderij op doek 55x45cm.

  De klomp heeft voor Ovezande ook een symbolische betekenis gekregen, zo zijn er “Podium de Klomp”, “Soos de Klomp”, “Klomppop Festival”, in de jaren 70 de dansgroep “De Klompen-dansers” en café “Het Klompenkot” nabij  Borssele.

________________________________________________________________________

AAN HET TREINSTATION DRIEWEGEN-OVEZANDE

Deel 1                                            Tekst en schilderijen door: Tom Rentmeester 2021

Ovezande had vanaf 1927 tot 1983 een treinhalte /-station van de SZB-(Spoorweg Mij. Zuid-Beveland)”. Als je dit zegt, kijkt de huidige generatie verbaasd op, maar de ouderen weten het nog goed: Het “stationnetje” DWO was gelegen tussen Driewegen en Ovezande (vanaf Ovezande na afslag Platteweg / Wolfhoekseweg gelijk rechts). Persoons- en goederen-vervoer maakten al voor de oorlog gebruik van dit lijntje door de Zak van Zuid-Beveland. Het vervoer van personen was geen succes, het lag te ver buiten het dorp….

Na de oorlog werd het z.g. “bietenlijntje” hoofdzakelijk benut voor het transport van agrarische producten naar afnemers en voor export, het had een gunstige verbinding met het uitgebreide NS-spoorweg-netwerk. Tot 1958 reden er nog stoomlocomotieven, daarna werden er alleen nog diesellocomotieven ingezet.Het stationsgebouw DWO werd beheerd en bewoond door toenmalige stationschef Heine Koens met zijn gezin. Het staat er nog steeds en er wonen (klein-)kinderen van hem. Het bordje DWO is inmiddels van de woning verwijderd. Achter het stationnetje lag een rangeerlijn waardoor de spoorweg vrijgemaakt kon worden. Aan de spoorlijn stonden bij het station een hoog waterreservoir voor de stoommachines en een takel-hefinrichting bestemd voor de bietennetten om deze vanaf de boerenwagens in de open treinwagons te kunnen lichten. Tijdens de oogsttijd was het een drukte van jewelste, een komen en gaan van boerenkarren met agrarische producten en dat bracht ook veel slik op het terrein……

Mijn vader Cees Rentmeester (1912-1966) was de oudste zoon van een gezin met 13 kinderen van Marinus Lucas Rentmeester uit Ovezande. Hij moest al vroeg werken om thuis in de kosten bij te dragen, vanaf zijn 12e was dat al van 6 uur ’s morgens tot 6 uur ’s avonds, 6 dagen per week. In de avonduren volgde hij ook nog cursussen in de land-/ tuinbouw en fruitteelt, hij wist dat behaalde diploma’s de basis vormden om hogerop te komen. Hij werd commissionair in land- en tuinbouwproducten en ging dagelijks op de fiets naar boeren in Noord- / Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. Toen de oorlog uitbrak werd hij als soldaat / korporaal in de kanaalstelling (nabij Kapelle) gezet om de Duitse invasie tegen te houden (10-17 mei 1940) , daarbij zijn zij door een enorme Duitse overmacht beschoten met mitrailleurs, granaten en bommenwerpers en er zijn aan hun kant ook doden gevallen. Hij heeft daar nooit met ons over gesproken, waarschijnlijk zijn manier om het te vergeten….   In juni 1940 trouwde hij met Betje Vroonland en ging in Kwadendamme wonen waar hun eerste zonen Rinus, Bas en Hans werden geboren. Na de bevrijding verhuisde het gezin terug naar Ovezande Dreef 1 (waar mijn zus Riet en ik zijn geboren) en begon hij zijn 2 bedrijfsplannen te verwezenlijken: een fruitteeltbedrijf met boomgaarden op zijn eigen naam en met zijn broer Bas (1916-1991) onder firma een handels- en sorteerbedrijf in landbouwproducten “Gebr. Rentmeester” met een pakhuis aan het treinstation DWO.

31 juli 2021

_________________________________________________________________________

Ontstaansgeschiedenis Ovezande

Ovezande is ontstaan als eiland midden in de Zwake. Aan het einde van de 13e eeuw vestigden zich hier de eerste bewoners. Nadat het eiland via een dam werd verbonden met de Oudelandse Molenpolder groeide de bevolking, zeker toen door bedijking van de nieuwe polders de oppervlakte bebouwbaar land toenam.

In de loop der eeuwen heeft Ovezande zich ontwikkeld als een typisch dijkdorp. Het is lange tijd een klein dorp geweest. Dat er toch meer inwoners waren dan in veel omringende dorpen, is te danken aan de uitgestrektheid van het gebied dat onder de heerlijkheid van Ovezande viel. Hierin lagen tal van grote boerenhofsteden, die veel vast personeel hadden en zeker in de oogsttijd werk boden aan veel ‘losse’ landarbeiders en dagloners.

Ovezande is dan ook door de eeuwen heen een op de landbouw gerichte gemeenschap geweest, met op het dorp de gebruikelijke ambachtslieden, zoals de smid, de bakker, de wagenmaker, de kuiper en de timmerman.

Bron: Ovezande, eiland in de Zwake, Jan de Ruiter

foto: Wim Hoogerdijk

Naam Ovezande

De naam Ovezande komt voor de eerste keer voor in schriftelijke bronnen, waarbij de Ambachtsheren van ‘s Heer-Arendskerke voor hun tienden in “ Ser Arnoudskerke et in Arnemuden et in Avesand” werden aangeslagen in een grafelijke rekening uit 1318/19. Er zijn in de loop van de tijd verschillende variaties geweest, onder andere van Avesant, Avesanct, Ovezand, Overzande en geduid zowel als “over de Zwake”, als “over”als “op” het zand). In 1938 is door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap de officiële schrijfwijze vastgesteld als OVEZANDE.

Er is een grappig verhaal uit het Zeeuwsch Sagenboek over het ontstaan van de naam Ovezande: “Op een keer kwamen een paar boeren op de plaats waar nu het dorp Ove-sande ligt. Ze zagen een paar fazanten en van louter verwondering riepen ze:”O fesante, O fesante”. Vanaf die tijd zou deze streek Ofezante heten. (Er is inderdaad een fazant in het wapen van Ovezande).

Het wapen van Ovezande

Keizer Karel V had in 1543 geboden dat elke schepenbank in zijn rijk over een zegelwapen moest beschikken, waardoor de baljuw en schepenen van Ovezande op zoek gegaan zijn naar een geschikte afbeelding. In een wapen zou de naam van de ambachtsheerlijkheid duidelijk herkenbaar moeten zijn. Het is een mooi voorbeeld van een “rebuswapen” geworden.

Een roodbruine vogel, die een fasant voorstelt, een letter “O” en het woord fazant snel achter elkaar uitgesproken lijkt op “Ovesant”. De groen golvende baan stelt de zeearm De Zwake voor en omdat die ten tijde van het vaststellen van het wapen al grotendeels was ingepolderd, is gekozen voor de kleur groen. Bij water zou de kleur blauw zijn gekozen. De oudste afbeelding van dit wapen komt voor op een zegel uit 1607. Een afbeelding van latere datum is te zien in de kerkhofmuur, waar het wapen, een schild met twee gekruiste vissen en het jaartal 1646 zijn ingemetseld. (Deze schilden zijn afkomstig van het in 1948 gesloopte viskot).

Uit “Ovezande, eiland in de Zwake” van J. de Ruiter.